Genieten van de kleine dingen

9 augustus 2013, Villadangos del Camino

De stad Leon is groot. Om vanaf onze albergue uit de stad te komen, lopen we  bijna 3 uur in een pittig tempo. De eerste pauze is in Virgen de la Camino. We eten een klein hapje (tortilla) en ik rook een sigaret (of twee). 

De hele dag lopen we langs of op de N210. Een drukke weg tussen Leon en Astorga. Veel vrachtverkeer en veel forensen zitten op de weg. Halverwege lopen we door een dorpje (San Miguel). Er staat een bankje waar peregrino´s kunnen pauzeren.

Bij dat bankje staat een grote fles water en hangt een mandje met diverse versnaperingen (snoep, koekjes en diverse soorten chips). De peregino´s kunnen hier van eten. Als Thomas een snoepje pakt, zegt de beheerster van het plekje dat hij er vooral meer moet pakken (tenminste we denken dat ze dat zegt). De snoepjes smaken na de kilometers die we gelopen hebben, extra lekker.

Na deze snoepjespauze moeten we nog 9 kilometer lopen. We zien het dorpje waar we naar toe gaan al liggen. Maar wat is het toch nog ver!

Met zere voeten en zweet op hoofd en rug, komen we eindelijk aan bij de albergue municipal. 

Een heerlijke albergue. De afgelopen nachten hebben we op enorm grote, drukke slaapzalen geslapen. Tussen de bedden was nauwelijks ruimte om te staan of lopen. 

In deze albergue kunnen maar 40 mensen slapen. Wij hebben ´gewone´ bedden kunnen kiezen (en dus geen stapelbedden). Er is veel ruimte tussen de bedden, er is een keuken en er hangt een relaxte sfeer. 

Een snoepje van een aardige Spanjaard, een gewoon bed en een rustige albergue: wij genieten van de kleine dingen!

De allerjongste

10 augustus 2013, Villares de Orbigo

Vanmorgen lopen we door Hospital de Orbigo, de plek waar we 13 jaar geleden met Deborah en Alfred op de camping hebben gestaan. Een mooi dorpje met goede herinneringen.

In Villares de Orbigo, de plek waar we in de albergue (zie foto) overnachten, ontmoeten we in de herberg een fransman die met zijn 2 dochters de camino loopt. Zijn oudste dochter is 12 jaar oud. Zij loopt dit jaar voor de zevende keer de tocht.

Sinds een aantal jaar mag zij tijdens de tocht een albergue kiezen waar ze vervolgens een aantal dagen hospitalero is. Dit jaar heeft ze deze albergue gekozen. Ze leidt ons rond, schrijft onze gegevens keurig op en regelt het geld.

Het meisje is helemaal gek van de camino. Al toen ze 2,5 jaar was wilde ze zelf, vanwege de verhalen van haar vader, de route lopen. Per dag liep ze ongeveer 7 kilometer, de rest van de dag zat ze op de schouders van haar vader.

Inmiddels kennen alle albergue-houders het meisje en is erkend dat ze de jongste en meest fervente camino-loopster is van de afgelopen 1000 jaar.

Thomas en Martijn zijn onder de indruk van het verhaal. Echter, Thomas wil in elk geval volgend jaar eerst nog een keer een gewone vakantie vieren.

Ps. Het is gelukt een aantal foto´s te uploaden. Je kunt deze bekijken bij het tabblad fotoalbum camino.

Bedbugs

11 augustus 2013, Astorga

Martijn, Thomas en Pieter hebben veel last van insectenbeten. Over hun hele lichaam zitten kleine en grote rode bulten. De bulten jeuken enorm. 

Als ik Martijn insmeer met een daarvoor bestemde creme, reageert Pablo, de hospitalair, direct. Dat zijn  geen insectenbeten, dat zijn beten van bedbugs (bedwantsen).

Volgens hem kun je die aantreffen in albergues en hotels. Ze kiezen in de nacht hun  slachtoffers, en reizen vervolgens in de kleren en rugzakken met je mee verder. Hij schat in dat we drie dagen geleden ergens geslapen hebben waar deze bedbugs zaten.

Gelukkig heeft hij veel ervaring met dit fenomeen. Direct moeten we onze spullen uit de rugzakken halen en hij stopt alles in de wasmachine en vervolgens in de droger. De rugzakken moeten worden ingespoten met een soort gif, en een paar uur in een dichte vuilniszak blijven liggen.

Het meest last heeft Masrtijn van de enorme jeuk (vanaf zijn ooglid tot het puntje van zijn teen). Daar heeft de vader van de allerjongste pelgrim (zie verhaal van gisteren) een oplossing voor. Hij neemt mij mee naar een weiland, alwaar ik samen met hem en Pablo, in de bloedhete zon, planta moet plukken (ik denk dat dit weegbree betekent). Als de emmer vol is, gaan we terug naar de albergue. De planta moet worden fijngestampt totdat er sap uitkomt. Dit sap moet op de aangetastte delen (alles dus) worden ingesmeerd en intrekken. Na twee uur moet dit proces herhaald worden, en dan zou het gif eruit moeten zijn.

Uren sta ik planta te persen en lijven in te smeren. Thomas heeft er gelijk baat bij. Martijn merkt ook een groot verschil. Pieter is iets minder uitgesproken.

Het cleanen van al onze spullen, het planta-proces en de jeukstress is voor al andere pelgrims een bron van gesprek. Iedereen heeft vooral met de kinderen van doen (die er dan ook verschrikkelijk uitzien).

Vanmorgen heeft Thomas geen jeuk meer. De plekken zijn niet weg, maar hij voelt zich veel beter. Pieter heeft meer jeuk dan daarvoor, en Martijn heeft nog jeuk op armen, benen en voeten. 

We besluiten ons programma wat aan te passen. In Astorga (een wat grotere stad) is waarschijnlijk een apotheek open (op zondag is bijna alles gesloten) en vermoedelijk is er ook een zwembad voor de benodigde ontspanning. 

De wandeling gaat prima. Het is een  meer bergachtig gebied met een bosachtig landschap. Deze wandeling leidt ook wat af van de jeuk en al het gedoe er om heen.

We vinden een apotheek die na een blik op de mannen weet wat het probleem is en een waarschijnlijk geheel chemische creme meegeeft. En vanmiddag gaan de mannen naar het zwambad, even afkoelen (het is bloedjewarm) en even ontspannen.

Nu maar hopen dat het morgen weer wat beter gaat. En vooral dat we alle bedbugs achter ons hebben gelaten.

ps. op de foto zie je de rug van Thomas.

Vals plat

12 augustus 2013, Rabanal del Camino 

De jeuk is na het insmeren met de nieuwe creme veel minder geworden. Ook zien de plekjes er minder eng uit. We staan dus ´gewoon´ weer om half zes naast ons bed.

Omdat het gisteren zondag was, hebben we geen inkopen kunnen doen voor het ontbijt. In een restaurantje eten we voor 2 euro per persoon een pelgrimsontbijt (koffie of choclademelk, een fruitdrank en toast of een croissant).

Het lijkt vandaag wel of er steeds meer peregrino´s op pad zijn, zowel fietsend als lopend. Uit gesprekken begrijpen we dat er inderdaad in Astorga weer een hele bubs van start is gegaan. De fietsers zijn irritant. Ze verwachten dat je als zij eraan komen, direct aan de kant gaat. Meestal hebben ze geen bel. Pas op het laatste moment zijn ze te horen.

Thomas is daar na enige tijd helemaal klaar mee. hij gaat niet meer aan de kant. het lijkt te werken. Na een tijdje fietsen de meeste fietsers op de weg en niet meer op het wandelpad.

We lopen iets meer dan 20 kilometer. Door de hoge temperatuur (om 10 uur is het al 30 graden in de schaduw) en door het gebrek aan schaduw en wind is dit pittig. Maar het is vooral pittig omdat we vrijwel de gehele tocht langzaam stijgen (vals plat). Aan het eind van de tocht zijn we 400 meter hoger dan waar we begonnen.

Na een lekkere douche smeer ik Pieter en de kinderen nogmaals in met de medicinale creme, en blijven we de rest van de middag uit de zon.

Cruz de ferro

13 augustus 2013, El Acebo

De camino staat symbool voor de levensweg van elk mens. In elk leven komen pieken, dalen en periodes van rust voor. De meseta staat voor deze rustige periodes. We zijn nu aangekomen bij de hoogste top (piek) van de camino. Hier staat de cruz de ferro (kruis van ijzer). Pelgrims laten hier hun ballast achter in de vorm van een steen die ze van huis hebben meegedragen in hun rugzak. Dit doen pelgrims al honderden jaren. Bij het cruz de ferro is dan ook een berg van ballast ontstaan. Daarbij liggen briefjes, foto´s en andere betekenisvolle zaken die achter gelaten zijn.

Op deze berg met stenen hebben wij, net als velen voor ons en na ons,  geposeerd aan de voet van het kruis.

Vanaf dit punt is het nog 222 kilometer naar Santiago. De pelgrims zijn door het lopen en afzien sterker geworden, en tijdens deze laatste kilometers naar Santiago zullen zij, bevrijd van de last, nog meer kracht en energie opbouwen.

Ook wij zijn een stuk sterker geworden. Het beklimmen van de berg was geen probleem. Het daarna tijdens de zeer lastige en lange afdaling, doorzetten en blijven concentreren op het lastige pad, gaat ook veel beter dan een aantal weken geleden.

En bovendien hebben we na deze pittige maar mooie tocht, nog veel energie over om andere dingen te doen (zoals chips eten, computeren, kletsen).

Met de voeten op de grond

14 augusuts 2013, Ponferrade

We hebben de wekker iets later gezet. Er staat ons een flinke afdaling te wachten, en die doen we liever niet als het nog donker is.

Het begin van de afdaling loopt lekker. Echter na ongeveer een uurtje lopen, wordt het toch wel erg pittig. Het smalle pad (dat af en toe langs een afgrond loopt) gaat steil naar beneden. Het pad bestaat ook nog eens uit ongelijkmatige rotsen en losse stenen.

Thomas geniet hiervan. Hij kiest de moeilijkste stukjes en doet dit nog snel en goed ook. Wij zijn veel voorzichtiger en dus veel langzamer.

Op een gegevn moment struikelt Martijn. Hij valt voorover met zijn gezicht op het keiige pad. Hij huilt niet. Als ik naar hem kijk heeft hij zijn ogen dicht. Hij is of lijkt bewusteloos.

Na zijn naam een paar keer geroepen te hebben, en na wat tikjes op zijn wangen, reageert hij weer. We helpen hem overeind en ondersteunen hem naar een plekje waar we even kunnen zitten. Daar lijkt hij verder in orde, hij reageert normaal, er zijn geen wonden te zien en hij klaagt alleen wat over hoofpijn.

Na deze val zijn we nog voorzichtiger. Martijn valt nog 2 keer, maar is verder helemaal okay.

Wat ben ik blij als de afdaling eindelijk is afgelopen en in Ponferade naar de albergue kunnen gaan.

In elk dorp waar we tot nog toe doorheen zijn gelopen, zijn minimaal 2 albergues te vinden. Ponferrade is een grote stad. We verwachten dus ook hier minimaal een aantal albergues te zien. Als er voor de stad in een buitenwijk een albergue staat, laten we deze links liggen. We willen liever een albergue in het leuke centrum.

Maar er is geen albergue in het centrum. En ook in de buitenwijken die daarna volgen, is geen albergue. We zijn er alle 4 chagerijnig over. Ofwel we moeten ruim 5 kilometer terug naar de eerste en enige albergue, of we moeten 8 kilometer doorlopen naar het volgende dorpje. Ons water is op, de energie is eruit gelopen, we kiezen voor de derde optie: een taxi naar de albergue.

Onderweg komen we vandaag een richtingaanwijzer voor de camino tegen, waarop iemand zijn schoenen en pet heeft achtergelaten. Vandaag begrijpen we heel goed dat je dat soms zomaar direct wilt doen.

Ofwel: na een topdag gisteren, zijn we vandaag we met onze voeten op de grond gekomen. Nog 202,5 kilometer te gaan!

De kriebels

15 augustus, Cacabelos

De albergue waar we vannacht sliepen, biedt plaats aan 300 peregrino´s. Als ik om kwart voor zes onze vierpersoonskamer verlaat om buiten de temperatuur te gaan voelen, zie ik dat buiten voor de albergue nog ongeveer 40 pelgrims slapen. 

Tussen de slapende mensen staat een rij van ongeveer 100 mensen met rugzak en wandelschoenen voor de poort. Zij hebben de echte wandelkriebels te pakken. Maar de poort gaat pas om zes uur open.  Direct na de opening van de poort is het dringen om als eerste de straat op te kunnen. Heel bijzonder. Wellicht een uiting van de bedstrijd (zie bij de tab Spaanse wiebelverhalen uit 2000)?

Wij vertrekken, na een ontbijt van koek en cake,  rond kwart voor zeven. We worden uitgezwaaid door de paters (de albergue wordt gerund door een klooster).

Al vroeg zijn we bij de albergue in Cacabelos. Deze albergue is rondom een kerk gemaakt. Zoals je op de foto zie is er rond de kerk getegeld en is tegen de muur van het kerkterrein een serie kamers gemaakt. In elke kamer slapen 2 personen. Achter de kerk is een plek met tafels en banken en zijn de toiletgedeeltes. 

Pieter en Martijn hebben nieuwe plekken van bedbugs. Dit wijst erop dat we deze diertjes ofwel opnieuw zijn tegen gekomen, ofwel dat we ze nog niet de baas zijn. 

Enige mogelijkheid is om al onze kleren (ook de kleren die we aan hebben), lakenzakken, slaapzakken, etc. opnieuw te wassen en zo heet mogelijk te drogen. De hospitalero is met dit hele proces bezig vanaf 1 uur tot ongeveer half tien. 

In de tussentijd desinfecteren wij de rest van onze spullen: alles moet worden ingespoten met een of ander soort gif (volgens de hospitalero´s is dat het enige wat helpt). Van onze schoenen, tot het kaartspel, tot de portemonnees, paspoorten en tot de knuffels die Thomas en Martijn bij zich hebben. Alle spullen staan vervolgens een aantal uur op exact de plek die je op de foto ziet, in plastic zakken in de felle zon (de beestjes en hun eitjes gaan dood bij temperaturen boven de zestig graden). 

De andere pelgrims maken foto´s van onze uitgestalde bagage. Alhoewel bij elke albergue mensen bezig zijn met dit proces, is dat van ons toch blijkbaar boeiend. Waarschijnlijk omdat we de enigen zijn die tussen de bagage (inmiddels) 7 grote knuffelbeesten hebben staan.

Klein Santiago

16 augustus 2013, Trabadelo

Villafranca del Bierzo is de eerste plaats waar we vandaag door heen lopen. Dit stadje wordt ook wel ´Klein Santiago´ genoemd. In deze stad eindigden de zwakken en zieken in vroegere tijden hun camino. Zij zouden de tocht over het gebergte waar we nu zijn, niet meer aankunnen. Deze mensen kregen in Villafranca een ´Klein Compostella´ (in Santiago ontvang je de echte Compostella (aflaat)). In deze plaats zijn dan ook meerdere kerken en is relatief veel bedrijvigheid ontstaan.

Wij zijn er dus van overtuigd dat we hier een pauze kunnen houden met cafe con leche, cola cao en bocadillas. Maar tot onze verrassing is er helemaal niets open. Menig pelgrim loopt zoekend rond, maar uiteindelijk verlaten we allemaal deze plaats. Aan de rand van het stadje eten we op een muurtje de overgebleven koekjes en cakejes. Hopelijk biedt het volgende dorpje meer.

Om bij dat dorpje te komen, lopen we door een kloof tussen groene, hoge bergen door. We delen de kloof met een snelstromende rivier, een autosnelweg en een autoweg. Wij lopen op de vluchtstrook van de autoweg. Gelukkig is er meestal wel een betonnen rand gemaakt om het verkeer van de peregrino´s te voet en te fiets te scheiden (zie foto). 

In het dorpje Perejo houden we op het terrasje lang en uitgebreid pauze. Op het terras zien we weer een aantal Koreanen (die lopen in grote aantallen de camino). Opvallend aan deze mensen is dat ze zich volledig bedekken. Als bovenkleding hebben ze (net als wij) een korte broek met t-shirt aan. Daaronder zit een zwarte lange broek en een zwart t-shirt. Vaak dragen ze daarbij nog handschoenen. Hun pet of hoed (die ook wij ophebben ter bescherming tegen de zon) wordt bedekt door een doek. Deze doek wordt over mond en neus gedragen. 

Waarom ze dit doen? Onze opties zijn: ze willen niet bruin worden?; ze vinden het Spaanse klimaat erg koud?; ze zijn allergisch voor de zon?. 

Tot op heden spreken de Koreanen niet of nauwelijks Engels. We kunnen het ze dus niet vragen. Wie weet komen we er nog achter.

ps. In de albergue van Trabadelo, krijgen we nog meer kriebelnieuws. In ons huis in Scheveningen is een vlooienplaag gaande. Gelukkig zijn die beestjes die beter en makkelijker te bestrijden dan bedbugs. We gaan er dus maar vanuit dat buurman Jan deze plaag onder controle krijgt, voordat we thuiskomen.  

Ongastvrije ontvangst

17 augustus 2013, Hospital

De wandeling door de bergen naar O Cebreiro is zwaar. Erg zwaar. De laatste kilometers naar dit hoog gelegen dorp gaan vrijwel steil omhoog over een smal bergpad met losse steentjes en langs een diepe kloof. Ik heb slechte herinneringen aan deze beklimming. 

Nu is deze herinnering voor ons reden om dit deel over te slaan. We nemen een taxi naar het hooggelegen dorp. In het museumdorpje genieten we van het uitzicht en van de oude huisjes (zie foto).

Daarna lopen we over goede paden verder de bergen op. De uizichten blijven prachtig. We genieten alle vier.

Bij een pauzeplek ontmoeten we een Nederlander die al 4 maanden aan het lopen is. Hij is gestart in Zwitserland. Wij zijn de eerste Nederlanders die hij in deze maanden tegenkomt. Reden genoeg om dus verhalen uit te wisselen. Hij heeft, net als wij in 2000, de route via Le Puy genomen. Na het praatje gaan we verder. 

In Hospital komen we aan bij de albergue. Omdat we nu in een nieuwe provincie zitten (Galicie) merken we dat ook de regels over de albergues municipal anders zijn. In Galicie is dit heel strak geregeld. Elke albergue kost 6 euro per persoon, je krijgt een onderlaken en sloop (van papier), de inrichting van de albergues is grootschalig ingekocht (overal dezelfde bedden, tafels, vloeren, etc.) en bij wangedrag word je uitgesloten van alle albergues in de provincie.

Ook zijn er nu expliciete voorrangsregels:

1. Mensen met een fysieke handicap

2. Wandelaars

3. Paardrijders

4. Fietsers

5. Mensen met een auto binnen hun bereik.

De hospitaliere van de albergue is zeer strict in het handhaven van deze regels. Ze laat ons nl. niet binnen. Naar haar stellige overtuiging zijn wij met de auto gekomen, en moeten wij dus plek maken voor anderen. Ondanks ons tegensputteren blijft ze bij haar mening, en wijst ons de deur. 

Pas als blijkt dat wij niet weg gaan en wij consequent aan blijven geven (met handen en voeten aangezien ze geen andere taal spreekt dan Spaans) dat we zijn komen lopen, stempelt ze met zichtbare en grote tegenzin onze credencials. We mogen naar binnen, maar  zeer tegen haar zin. 

Thomas is zeer aangedaan door haar bitchy gedrag. Hij is des duivels en wil weten waar hij een klacht kan indienen. Om hem te laten afkoelen en omwille van de lieve vrede, mag hij langer I-podden. Pas als we daarna in het enige barretje van het dorp twee borden friet hebben gegeten zakt zijn (overigens terechte) woede. 

 

Adoptieplannen

18 augustus 2013, Triacastela

De wekker gaat vandaag wat later af (zes uur). We zitten midden in de bergen en willen niet in het donker over de bergpaden lopen. 

Rond zeven uur begint het te schemeren. We vertrekken en zien tijden het lopen de zon boven de bergen opkomen. Een erg mooi gezicht op deze heldere dag. 

De wandeling start met een stevige klim. Daarna is het traject vooral dalend. De knieen moeten dus flink aan de slag.

We komen onderweg door een aantal kleine bergdorpjes. Het is een echt boerengebied. Overal in de dorpjes lopen kippen, koeien en honden.

Deze levende have inspireert de kinderen. Thomas begint: ´ik wil een kip´. Tijdens de rest van de wandeling wil hij ook nog een lama, appelboom, koe en albergue.  Martijn wordt ook helemaal enthousiast van dat idee. De kippen kunnen op het aan te leggen dakterras wonen, de albergue kan in de aanbouw en de appelboom kan voor het huis.

Om het gesprek een wending te geven, suggereer ik dat er ook mogelijkheden zijn om een kip of appelboom te adopteren. 

Dat lijkt het ei van Columbus. Thomas gaat zijn adoptiekippen Betty en Levanda noemen en gaat ze elke week bezoeken. Martijn noemt zijn kippen Kippietok en Kippie-ei. Ook hij gaat ze wekelijks bezoeken. De eieren van de kippen gaan ze verkopen en als de kippen dood zijn, willen Thomas deze wel opeten. 

Al fantaserend over de adoptieplannen gaat de wandeling erg snel. En als bij de albergue (zie foto) blijkt dat er geen keuken is en we dus weer uit eten gaan, kan de dag helemaal niet meer stuk.

 

 

Behouden aankomst

19 augustus 2013, Sarria

Er zijn meerdere routes die naar ons doel van vandaag, Sarria, leiden. Wij besluiten te kiezen voor de kortste en relatief mooie route. Helaas missen we de pijlen van die route, waarschijnlijk omdat het nog donker is. 

Dit betekent dat we via de langere route lopen. Een prachtig bospad leidt ons over diverse heuvels. Er is een helder, snel stromend beekje dat we regelmatig oversteken. In totaal stijgen we 520 meter en dalen we 400 meter voordat we in het dorpje Samos aankomen.

Samos heeft een enorm klooster dat dateert uit de vijfde eeuw. Het klooster staat bekend om de mooie Gregoriaanse gezangen die tijdens de avondmissen door de paters ten gehore worden gebracht. De pelgrims die in het klooster overnachten, kunnen hiervan genieten.

Ons doel ligt echter verder, en na een lange pauze op een terras, vervolgen we onze tocht.

Ook nu kunnen we weer kiezen: een mooie route over de heuvels, maar erg lang of een kortere wat saaiere route langs de weg. Wij kiezen voor deze laatste optie, omdat het voor ons geen optie is om zo´n 30 kilometer te lopen op een dag.

De route langs de LU 633 is geen pretje. Het verkeer rijdt enorm hard. Er zijn veel scherpe bochten, en wij moeten grotendeels op de vluchtstrook lopen die slechts zo´n 30 centimeter breed is.

We blijken de enigen die voor deze route hebben gekozen. Gevolg is dat het verkeer verrast is als ze ons zien. Het betekent ook dat wij heel goed moeten uitkijken. Bij sommige onoverzichtelijke scherpe bochten, kiezen we ervoor om in de greppel te lopen.

De 11 kilometer die we langs deze weg lopen, zijn de meest vervelende en vermoeiende kilometers die we tot nog toe hebben gelopen. Het vraagt van ons en van de kinderen een ijzeren discipline om op het uiterste randje van de weg te moeten lopen en om soms in de greppel te moeten springen. Zeer blij zijn we dan ook bij aankomst in Sarria.

Sarria is een stadje waar weel wandelaars hun tocht naar Santiago beginnen. Het ligt op 108 kilometer van Santiago. En on in Santiago een compostella (aflaat) te kunnen krijgen, dien je minimaal 100 kilometer te hebben gelopen.

In het stadje is dit merkbaar. Er zijn tientallen albergues. Het merendeel blijkt echter al om 2 uur ´completo´ te zijn, als gevolg van reserveringen. De albergue municipal accepteert geen reserveringen. En tot onze grote vreugde is er nog net plek voor ons in deze herberg.

p.s. De adoptieplannen zijn weer van de baan: een kip op afstand is toch niet waar de jongens hun geld aan willen uit geven.

Nog even (ge)niet(en)

20 augustus 2012, Portomarin

Vadaag passeren we het 100-kilometerpunt (zie foto). Gevolg is dat het aantal wandelaars per vandaag minimaal is vertienvoudigd. We schatten in dat er vandaag op de route die wij hebben gelopen, ongeveer 1000 anderen op hetzelfde moment aan het lopen waren. Velen van hen hadden erg schone schoenen en ieniemienie-rugzakjes. En wat nog het ergste is, ze liepen in grote groepen.

Bij het stijgen zijn deze nieuwe lopers sneller dan wij. Gevolg is dat we door tientallen mensen worden ingehaald. Bij het dalen en op vlak terrein zijn wij sneller. Dit betekent dat we voortdurend anderen moeten inhalen. Heel vervelend, omdat het je steeds uit je ritme haalt. Alle terrasjes onderweg zijn afgeladen vol. Er staan rijen voor de toletten.  

Een deel van deze mensen, loopt georganiseerd. Vlak na Sarria werd bijvoorbeeld een groep van ongeveer 80 lopers door een bus op de route afgezet. Aan het einde van de dag werden zij door dezelfde bus weer opgehaald. 

Tijdens het lopen komen we een oude bekende tegen: de man die in Zwitserland is begonnen en 4 maanden onderweg is. Hij is zeer geemotioneerd. Naar zijn gevoel is hij per vandaag zijn camino kwijt. Het gevoel van rust en vrijheid dat bij de camino hoort, is weg. Het op de bonnefooi naar een albergue gaan, is een risico: er zijn zoveel lopers, dat er te weinig slaapplekken zullen zijn. 

Ook wij balen hiervan. Het lijkt erop dat we een nieuwe fase ingaan. Een fase waarin we met velen in een colonne van dorp naar dorp lopen, en racen om een plekje op een terras, wc of in een albergue.

Vandaag hebben we nog geen zin om mee te doen aan de race om een plek in een albergue. We kloppen aan bij het duurste hotel van de stad. Er is een vierpersoonskamer voor ons beschikbaar. Voor 80 euro inclusief ontbijt, gunnen wij ons een nachtje luxe. 

Wat een feest, zo´n hotel. De kinderen lopen juichend door de kamer. ´Kijk mam, een TV´. Even later: ´En echte handdoeken en lakens! En een ligbad! En een eigen schone wc´.  En nog even later: ´En geen keuken, dus we moeten uit eten!¨. 

Vannacht blijven onze lakenzakken en slaapzakken in de rugzak. Ook de zeemhanddoeken hoeven we nu even niet te gebruiken. We gaan 1 middag en nacht volop genieten van deze luxe, die in het normale leven soms zo gewoon is.

Morgen gaan we dan die nieuwe fase wel in. Maar wij zijn dan klaar voor de strijd!!

Stijgende temperatuur

21 augustus 2013, Ligunde

Na een lekker ontbijt in het hotel, sluiten we rond kwart over zeven aan in de colonne. Het is donker en mistig, we kunnen de pijlen die de route aangeven niet goed zien. Gelukkig is er in zo´n colonne altijd wel iemand die de pijlen ziet. We lopen dus in 1 keer goed het dorp uit en het stuwmeer over.

Er staat ons een flinke klim te wachten door een donker bos. Na ongeveer drie kwartier stevig klimmen stijgen we boven de wolken uit. Opeens lopen we in de zon, en kijken we neer op een dal gevuld met wolken. Heel bijzonder om dit zo aan den lijve te ervaren.

Er volgen nog meer pittige klimmetjes. Het zweet druipt van onze lijven. Niet alleen door onze inspanning maar ook doordat het vandaag heel erg warm is. Er staat geen zuchtje wind, en we lopen in de volle zon.

Zo warm hebben we het deze tocht nog niet gehad! 

Martijn vind het allemaal maar niks. Hij vindt de vele lopers zonder rugzakken geen echte pelgrims en stoort zich hieraan. Dit in combinatie met de hitte, maakt het voor hem moeilijk om de lol erin te houden.

Gelukkig helpt in zo´n geval een ijsje op een terrasje. Snel daarna komen we aan in Ligunde. Een piepklein poepdorp. De albergue is zeer klein (max. 20 personen) en kijkt uit over de heuvels en bossen (en kippen en koeien). 

Wij vinden die rust heerlijk. 

En om morgen te voorkomen dat we in het stadje waar we willen overnachten bot vangen, hebben we onze principes overboord gezet. Pieter heeft nu alvast een albergue gereserveerd. Zo kunnen we morgen rustig naar onze bestemming lopen zonder bedstress.

Vasthouden aan onze principes

22 augustus 2013, Melide

We starten onze tocht vandaag vanuit het kleine poepdorp waar we hebben geslapen. Dit betekent dat er nauwelijks andere lopers in onze omgeving zijn. In Palais de Rei wordt wel net als we door het dorp lopen, een bus neppegrino´s uitgeladen, maar deze gaan eerst op een terras iets eten en drinken. 

Er bestaan veel woorden voor de verschillende soorten pelgrims die onderweg zijn.

Je hebt pelegrino´s (pelgrims per voet), cyclogrino´s (pelgrims per fiets), neppegrino´s (pelgrims die met een hele kleine of zonder rugzak lopen) en babygrino´s (pelgrims die per buggy vervoerd worden). Ook heb je nog een woord voor pelgrims die per paard de tocht maken, maar omdat we dat soort pelgrims vrijwel niet zien, kennen we dat woord nog niet.

We hebben ons ingesteld op een tocht van 18 kilometer. Uiteindelijk blijkt dat we 24 kilometer lopen (onze Michelingids is bij tijd en wijlen niet erg nauwkeurig). Het is gelukkig niet erg warm. Bovendien heeft Martijn na een paar moeilijke dagen, weer een topdag. 

De tocht gaat door vele kleine dorpjes (zie foto), bossen en over hoogvlaktes. We stijgen en dalen weer flink, maar omdat er veel rotsen zijn, heeft ook Thomas het naar zijn zin.

Enige tegenvaller is de gereserveerde albergue. Er zijn inderdaad 4 bedden voor ons. Deze zijn echter verspreid over de slaapzaal. Thomas is in shock en weigert hier te blijven. Hij wil geen stapelbed delen met een onbekende. Met zachte dwang nemen we hem mee de albergue uit. Na het eten van een flink stuk grottenbrood en na het maken van een paar grapjes, gaat ook hij accoord met deze plek voor 1 nacht.

Maar voortaan weten wij het weer: we moeten vasthouden aan onze principes en geen slaapplekken reserveren. Immers het komt altijd wel goed.

Nieuwe wiebelverhalen

23 augustus 2013, Arzua

Al vanaf het moment dat Thomas en Martijn heel jong zijn, vertel ik hen tijdens wandelingen wiebelverhalen. Een wiebelverhaal is gebaseerd op iets dat we hebben meegemaakt tijdens onze reizen, echter sterk aangedikt en met mij als antiheld in de hoofdrol.

Graag willen zij ook steeds hun eigen wiebelverhalen meemaken. En vandaag is zo´n dag. 

Tijdens de wandeling moeten we een beekje oversteken. Het beekje is ongeveer 10 meter diep en 15 meter breed. De enige manier om aan de andere kant van het water te komen is een rijtje ongelijke rostblokken van ongeveer 5 centimeter breed.

Mijn balans is, zeker met rugzak, niet erg goed. Pieter is met Martijn het beekje overgestoken en weet dat dit een moment is waarop ik zijn hulp nodig ga hebben. Hij wacht samen met Martijn op Thomas en mij. 

Martijn is al helemaal blij: hoe zal mama dit gaan doen? Als Thomas de situatie ziet, wordt ook hij enthousiast: ´Mama dit vind jij heel eng he?´.

En inderdaad, dit vind ik heel eng. Maar moedig als ik ben, zet ik de eerste twee stappen op de smalle gladde rotsblokken. ´Mama kijk uit!!!!!´, roept Thomas dan. Weg is mijn concentratie. Dan word ik pas echt bang. ´Pieter, Pieter, Pieter, help me´, roep ik.

Pieter loopt soepel naar me toe en geeft me de helpende hand. Stapje voor stapje kom ik trillend (maar veilig en droog) aan de andere kant. 

Angstig kijk ik naar Thomas. Als dat maar goed gaat. Maar voordat ik dat heb kunnen denken, is hij al over de rotsen gesprongen en is ook hij aan de overkant.

De kinderen genieten van mijn angst. Maar zij hebben dan ook niet de diepte van het water (10 meter) en de beperkte breedte (5 centimeter) van de rotsblokken gezien. Zij hebben gezien wat op de foto zichtbaar is, en genieten van deze in mijn ogen spannende etappe.

Hongerspier

24 augustus 2013, O Pedrouzo

Galicie heeft de voorzieningen voor de peregrino´s strict geregelementeerd. Gevolg is dat in de meeste dorpen geen enkele voorziening is voor de vele duizenden pelgrims. Resultaat is dat alle lopers gedwongen worden om in dezelfde dorpjes op dezelfde terrasjes pauze te houden, dezelfde toiletten te gebruiken en in dezelfde dorpen te overnachten.

In Arzua komen de lopers van de camino frances en die van de camino del norte samen. Het aantal pelgrims heeft dus een nieuwe piek bereikt.

Al deze lopers kunnen vandaag alleen in O Pedrouzo overnachten, ruim 20 kilomer lopen vanaf Arzua. 

Als we in het pikkedonker om kwart voor zeven de albergue verlaten, zijn we ongeveer de laatsten. In het dorpje hebben we geen last van de duisternis. Direct erna lopen we een dichtbegroeid bos in. We zien geen hand voor ogen. Zelfs met zaklampen is het lastig om uitstekende rotsen en gaten in het pad te vermijden. 

Al weken heeft Thomas gevraagd om eens een keer een nachtwandeling te maken. Na 20 minuten in het donker gelopen te hebben, is hij van dat idee genezen.

Gelukkig wordt het rond half acht al wat lichter, en kunnen de lampen uit. 

Het lopen gaat goed. We zijn allemaal erg tevreden met de kracht die we in de afgelopen weken hebben opgebouwd in onze benen, rug en armen en met onze nieuwe conditie.

De enige spier die nog voortdurend aandacht nodig heeft, is de hongerspier van Thomas. Als deze spier onvoldoende brandstoffen heeft, blokkeren alle andere spieren vrijwel direct. 

Gelukkig net op tijd bereiken we het stadje O Pedrouzo. 

Pieter en ik willen echter eerst een slaapplek vinden. In Arzua was de wachtrij voor de albergue al enorm (zie foto), en we verwachten dat het hier nog drukker zal zijn.

De eerste albergue waar we binnen lopen is ´completo´. Bij de tweede albergue privado (El porto Santiago) staat een enorme rij. Er zijn 60 bedden, en we hebben geen idee hoeveel mensen al naar binnen zijn. We sluiten aan in de rij en hopen dat we een plekje krijgen. Drie kwartier later zijn we aan de beurt. En gelukkig, we hebben een plekje (een ook nog bij elkaar).

Eindelijk kan de hongerspier dus van brandstof worden voorzien. 

Terwijl wij lunchen, zien we het albergueleven dat al zo gewoon is geworden, zich voor ons afspelen. Eerst worden de bedden opgemaakt, iedereen gaat zich douchen en daarna wordt de was gedaan. Binnen een half uur na opening van de albergue zijn alle waslijnen vol en zijn de douches kleddernat.

Na dit ritueel volgt de siesta. Tot ongeveer half vijf liggen de peregrino´s in bed (slapen, sms-en, facebooken, lezen). 

Na het eten van een pelgrimsmenu gaan de pelgrims aan het eind van de dag moe maar voldaan rond half tien naar bed waarna de hospitalier alle lichten rond tien uit uitdoet en de deuren van de albergue afsluit. 

A pair of kings

25 augustus 2013, Monte do Gozo

In vroeger tijden liepen de peregrino´s in grote groepen. Zo waren ze het best beschermd tegen mensen en dieren met kwade bedoelingen. Degene die als eerste Monte do Gozo bereikt (en de eerste blik op de kathedraal van Santiago kon werpen) mocht zich de koning van de camino noemen. Veel achternamen (Roy-Roi-Roie) zijn daarop gebaseerd.

Sinds de kinderen dit weten, kijken ze uit naar de race naar de top van de Monte do Gozo. Na een eerlijke start (zie foto) is de race begonnen.

Pieter geeft al gauw op. De kinderen rennen met rugzak als gekken de berg op. Op een top kibbelen ze wie gewonnen heeft. Het blijkt echter niet de goede top te zijn: de kathedraal is niet te zien. Een stuk verderop, buiten de route, ligt de echte top. 

De race wordt herstart. Eerst ligt Thomas aan kop. Even later wordt hij ingehaald door Martijn. De spanning stijgt. En dan ziet Thomas de katherdraal. Martijn is de eerste die de juiste top bereikt. 

Conclusie is onmiskenbaar: in ons gezin hebben we een ´pair of kings´.

Op Monte do Gozo (letterlijk vertaald: berg van de vreugde) zijn hotels, een camping en een albergue. Ons plan is om twee nachten op de camping door te brengen. Bij aankomst bij de camping zien we dat er niemand op de camping is. Het is uitgestorven en ziet er grauw uit. 

Snel wijzigen we de plannen en gaan op zoek naar de albergue. Ook die ziet er troosteloos uit (verzameling lage grijze gebrouwen waar ongeveer 500 mensen kunnen overnachten, met een pleintje met gesloten, afgeplakte winkeltjes). 

De binnenkant van de albergue is okay. We krijgen, omdat de kinderen zichtbaar en merkbaar uitgeput zijn, een eigen kamer. Er is een keuken en er zijn stopcontacten.

Het pair of kings komt die middag dus niet meer uit de albergue, in gespannen afwachting van wat er morgen komen gaat. 

GEHAALD!!!!!

26 augustus 2013, Santiago de Compostela

Het is nog vijf kilometer lopen naar Santiago. Er is dus geen reden om vroeg op te staan. Desondanks zijn we alle vier om kwart over vijf klaarwakker. Thomas en Martijn zijn erg zenuwachtig: zal het lukken de Compostella te krijgen? 

De wandeling door de stad is niet vervelend. De stad is erg groen, en vanaf de kant waar wij vandaan komen is erg geen industrie te zien. Thomas is hardop aan het genieten van elke stap die hij zet. Nu kan het nog, straks is het afgelopen.

Eerder dan verwacht zien we de kathedraal. Door een poortje komen we op het plein voor de kathedraal. Martijn loopt zingend het plein op: het zit erop, we hebben het gehaald.

Het plein is uitgestorven. Een vriendelijke mevrouw maakt een foto van ons. Daarna sluiten we aan in de rij voor het ophalen van onze compostella.

Over het halen van de compostela hebben we al menig verhaal gehoord. Zo zou er een interview plaatsvinden over je ware redenen. Alleen als deze goed zijn (spiritueel of religieus) wordt de compostela verstrekt. Ook hebben we gehoord dat ze heel moeilijk kunnen doen over het aantal stempels gedurende de laatste 100 kilometer. En tot slot zouden ze moeilijk kunnen doen over kinderen.

Na ongeveer 15 minuten in de rij te hebben gestaan, zijn we aan de beurt. We vullen de nodige papieren in en onze compostela wordt klaargemaakt. Met de felicitaties van de vrijwilliger, verlaten we blij en opgelucht het officina de peregrino´s. 

We zijn allemaal heel blij: we hebben het gehaald. Met de compostela in de hand, laten we ons voor de hekken van de kathedraal op de foto zetten (zie foto).

De afstand vanaf Pamplona naar Santiago is 720 kilometer. Wij hebben ruim 600 kilometer gelopen in ongeveer 35 dagen. In totaal hebben we in 37 albergues geslapen en hebben we op 2 dagen de bus genomen (in totaal ongeveer 120 kilometer). Onderweg hebben we 1 blaar gehad (Martijn) en zijn we 4 keer gevallen (1x Thomas en 3x Martijn). 

Martijn is vooral heel blij dat het erop zit: niet meer lopen! Thomas is enorm trots: ondanks de moeilijke momenten heeft hij het toch maar gehaald.

En Pieter en ik zijn enorm trots en dankbaar dat we als gezin in staat zijn geweest om deze uitdaging aan te gaan en op een goede manier af te ronden. 

Maar vooral sluiten we met de aankomst in Santiago een prachtige, unieke vakantie af.

De komende dagen genieten we van de rust, een tv met afstandsbediening en van de stad. 

Donderdagochtend landen we op Schiphol, om vervolgens in Scheveningen onze bagage in te vriezen/op te warmen/in quarantaine te zetten om daarmee de bedbugs hopelijk definitef te bestrijden (en ze vooral niet mee te nemen in huis).