Bedstrijd

Augustus 2000, Spaanse camino

Eind juli komen we na een flinke tocht door de Pyreneeen in Roncesvalles aan. Direct merken we dat de sfeer van de camino daar volstrekt anders is. Honderden nieuwe pelgrims starten hier hun tocht. De gemiddelde leeftijd van de pelgrim daalt enorm: veel Spaanse jongeren gaan in hun vakantie in groepen de tocht naar Santiago lopen. Voor velen van hen is dit een hele goedkope manier van vakantievieren. Voor anderen is dit de manier om met toestemming van hun Katholieke ouders voor het eerst zelfstandig op reis te gaan.

Gevolg is dat het vanaf nu elke dag een run op slaapplekken is. Er zijn meer pelgrims dan bedden. Al rond 11.00 uur 's ochtends verzamelen zich wandelaars voor de dan nog gesloten deuren van de refugio's. Als de deur rond 14.00 uur opengaat is het dringen. De vreedzame, vriendelijke pelgrims veranderen dan in strijdlustige einzahlgangers.

Een paar dagen lang doen we mee in de strijd. Onze starttijd wordt steeds vroeger en we nemen steeds minder pauzes onderweg. Ook merk ik dat we steeds sneller gaan lopen. In de rij verdedigen we ons plekje met stem, stok en spierkracht. Maar was dit niet juist de stress waar we van weg wilden lopen?

We nemen een paar dagen pauze. De grootste drukte van de lopers die uiterlijk eind augustus in Santiago aan willen komen, laten we aan ons voorbij gaan. Daarna laten we de bedstress los. Ik doe mijn best om steeds weer te vertrouwen dat aan het eind van de dag ook voor ons een slaapplek beschikbaar is.

We slapen in de weken daarna op de meest bijzondere plekken: kloosters, kerken, schuren, in een theater, bij mensen thuis, in gymzalen, etc. Geen nacht hoeven we buiten te slapen. Op geen enkel moment mengen we ons meer in de bedstrijd.

 

Groei

Augustus 2000, Meseta

In Spanje komen we ongemerkt in een hele nieuwe fase van onze reis. Het ritme van de camino is ons ritme geworden. Mijn conditie heeft zich gevoegd naar de conditie van de weg. Ontspanning is in de plaats gekomen van (in)spanning. We zijn onderdeel geworden van de camino. 

En daarmee ontstaat ruimte. De ruimte van de eindeloze, lege meseta loopt parallel met de ruimte in mijn hoofd. Gedachten en gevoelens schieten van buiten naar binnen en van binnen naar buiten. Ervaringen uit mijn leven passeren. De warme melk met vellen die ik toen ik nog een peuter was altijd bij  een overbuurvrouw dronk. Het vriendinnetje van de basisschool dat heel goed kon tekenen, de mentor uit de brugklas die in de klas een heerlijk ruikende pijp rookte, de geur van zelfgebakken oliebollen op oudjaarsdag.

Maar ook minder makkelijke gedachten komen ongevraagd binnen. Mijn worstelingen tijdens mijn laatste baan. Mijn leven gericht op carriere en consumptie. Mijn behoefte aan balans, ruimte, ont-moeting en tevredenheid.

Tijdens het lopen op de meseta loop ik in gedachten. Soms met een glimlach, regelmatig met een traan. Ik laat los en beweeg mee. 

Nachtelijk orkest

Spanje, augustus 2000.

Vannacht slapen we op onze kampeermatjes in een zaaltje van het klooster. We zijn te laat voor een bed. Het zaaltje is al vrij vol. We schuiven een aantal matjes opzij, zodat die van ons er precies tussen passen. Als we rond half 10 willen gaan slapen, zien we pas goed wat vol betekent. In de ruimte van ongeveer 5x5 meter liggen meer dan 20 matjes, rugzakken en mensen.

Om 10 uur gaat het licht uit. Het is vrijwel direct rustig. Gelukkig! De slaap zal, ondanks de benauwde, wat stinkende ruimte, zo wel komen.

Nog geen tien minuten later start de eerste: hij klinkt als een gans (gna,gna...,gna,gna..). Direct gevolgd door een drilboor (grrgrrgrr). Even later horen we de slang (ssss,...,ssss....ssss...). Eerst zit er nog geen ritme in. Maar als de flubber mee gaat doen (prrr, prrrr, blblbl, prrrr) lijkt er een ritme te ontstaan: gna,gna,sssss,gna,gna,prrr,ssss,ssss,blblbl. Uit een hoek stijgt gelach op. Naast mij ligt iemand zich te irriteren: stilte graag.

Dat werkt dus niet. Het orkest zwelt verder aan. Een snorrende kat en een grommende leeuw melden zich (grrr, grrr, bra,bra).

Een vrouw geeft haar man een duw. 'Als hij op zijn zij ligt, is hij rustiger', fluitstert ze. Klopt, dat werkt. Maar als de vrouw snel daarna in slaap valt, mengt ook zij zich luidkeels in de strijd (bra, bra, grr. grr. ........., plop).

Naarmate de tijd vordert, ontstaan steeds bijzondere composities. Ook Pieter draagt hier goed aan bij.

Bra, sss, plop, ...., krrr, kra, ssss, .... prrr, prrr, blbl, enz.

En ik? Ik zal deze nacht nooit vergeten. Muzikaler dan dit zal daarna geen nacht meer worden. En... in 2013 neem ik oordopjes mee.

 

Knikkende knieen

Augustus 2000, Léon

Aan de rivier van Léon, ongeveer een kilometer buiten het centrum, ligt de camping van de stad. Wij overnachten in ons kleine tentje tussen de Spaanse gezinnen. We hebben voor deze plek gekozen omdat we een rustdag hebben ingelast.

De reden voor de rustdag is akelig. Al enige tijd heb ik kiespijn. Daar moet, nu we voor het eerst sinds tijden in een stad van enige omvang zijn aangekomen, echt iets aan gaan gebeuren. Bij de campingreceptie vraag ik waar we een tandarts kunnen vinden. De receptioniste belt vervolgens een tandarts en weet een afspraak voor de volgende dag te maken.

Die nacht slaap ik slecht. Ik droom over onverdoofde wortelkanaalbehandelingen, een tandarts die met onhygienische apparatuur werkt en over pijn. Heel veel pijn. Bij de receptie vraag ik de volgende ochtend of ze op een briefje de Spaanse vertaling van: 'Wat er ook gebeurd, ik wil graag heel veel verdoving' wil opschrijven.

De tandarts zit in een achterafstraatje op de derde etage. Het pand ziet er armoedig uit. Dat belooft niet veel goeds. In een kleine donkere ruimte moet ik wachten. Ik hoor geboor en gepraat. Daarna komt een dame uit de kamer, die tranen over haar wangen heeft lopen. Zal ik vluchten? Nu kan het nog.

Dan ben ik aan de beurt. Ik wijs de kies aan. De tandarts bekijkt de kies van alle kanten. Hij mompelt vervolgens iets in het Spaans en pakt een apparaat.

Snel laat ik het briefje dat ik in mijn hand heb door hem lezen. Hij lacht en schudt na het lezen ervan zijn hoofd. Nee, geen verdoving.

Een apparaat verdwijnt in mijn mond. Geen idee wat hij gaat doen. Ik lig te trillen in de stoel. 'Rustig blijven, denk aan leuke dingen', prent ik mezelf geforceerd in. Hij prutst wat bij mijn kies. Binnen een minuut blijkt hij klaar te zijn. Op een papiertje schrijft hij wat hij gedaan heeft. Op een ander papiertje scrhijft hij het aantal peseta's dat hij wil ontvangen.

Binnen 15 minuten nadat ik het pand binnen ben gegaan, sta ik weer buiten. Mijn ogen zijn vochtig, mijn knieen knikken. De spanning komt los.

Op de camping vertaalt de receptioniste het briefje van de tandarts: 'Noodvulling. In Nederland z.s.m. laten vervangen door eigen tandarts'.

Ik gooi het briefje weg, en vergeet het voorval zo snel mogelijk. Nederland? Dat ligt minstens 15 maanden verderop.

Afscheid van de camino??

André loopt de tocht naar Santiago is delen: 4 jaar geleden liep hij van Rotterdam naar Vezelay, dit jaar loopt hij van Vezelay naar Roncesvalles. Zijn werkgever, een kerk, biedt hem 1x per 4 jaar een sabbatical. Hij gebruikt deze om zich te bezinnen op zijn geloof en op zijn plek in de wereld.

We zijn hem in de afgelopen weken regelmatig tegen gekomen. We hebben met hem gebasketbald in de gymzaal waar we geslapen hebben, we hebben samen ons eten gedeeld toen we in een gite sliepen waar in de verste verte geen winkel was, en we hebben met hem lange gesprekken gevoerd, tijdens het lopen en daarna.

Ook André heeft beperkt tijd. Hierdoor moet hij, wil hij zijn doel voor dit jaar halen, meer vaart gaan maken. We nemen afscheid in de hoop en verwachting dat we hem verderop op de route nog wel zullen tegenkomen.

Wij komen uiteindelijk op zijn laatste sabbatical-dag in Roncesvalles aan. Aan de uitbater van de refugio vragen we of ze hem gezien hebben. Hij was hen zeker opgevallen. hij is twee dagen geleden huilend de refugio binnen gewandeld. Vanmorgen heeft hij afscheid van hen genomen. Daarbij stroomden de tranen weer over zijn wangen.

Ik vind het jammer dat we hem net gemist hebben. Ik snap niet helemaal waar zijn tranen vandaan kwamen. Waarom had hij niet gestraald van geluk en trots vanwege het feit dat hij zijn doel gehaald heeft? Ik kan het hem niet meer vragen.

Ongeveer zes weken later bereiken wij ons doel: de kathedraal van St. Jacob in Santiago. Na ruim drie maanden ploeteren en doorzetten ben ik trots dat we het gehaald hebben.  Maar ik ben niet blij: tranen stromen over mijn wangen als ik nog niet eens op het grote plein ben aangekomen.  Op het plein zelf poseren we lachend voor ons eigen fototoestel. Maar ik ben niet blij!

Nu pas begrijp ik wat André voelde bij zijn eindpunt.

De aankomst is vooral ook een afscheid van een prachtige, verrijkende periode. Een periode waarin we met vele anderen de camino ervaarden. Met elkaar delen we plezier en tegenslag uit heden en verleden. Ik heb voor het eerst enorme vrijheid ervaren terwijl ik vaak boven mezelf moest uitstijgen om het te kunnen volhouden. Het is een afscheid, maar naarmate de tijd na aankomst vordert, is het ook steeds meer een nieuw begin van de rest van onze (wereld)reis.

Pas veel later ervaren we dat de camino onderdeel is geworden van ons zelf. Een onderdeel waar we geen afscheid van nemen, maar regelmatig naar zullen terukeren. Een weg die geeft wat nodig is, en neemt wat je kunt missen.