Op weg naar het einde van de wereld

Volstrekt ongepland en onverwacht dringt de camino zich begin september 2016 aan mij op. We zijn nog geen maand terug van onze overweldigende reis naar VS, als ik ervaar dat ik op weg moet naar Santiago.

Met tegenzin, maar gestimuleerd door het thuisfront, geef ik met veel moeite toe.

Nog geen 10 dagen later ga ik op weg naar Fisterre en Muxia. Alleen. Angstig voor wat komen gaat, vol verwachting voor wat deze camino mij zal brengen.

Voor de vierde keer kom ik, vrijwel exact 16 jaar na onze eerste aankomst, aan in Santiago. Dit keer is Santiago niet het eindpunt. Het is mijn vertrekpunt naar het einde van de wereld.

Zo bekend en toch zo spannend...

Een moeizame start

13 september 2016, Santiago

Na een dagje acclimatiseren in mijn vertrouwde Santiago, ben ik echt bijna klaar voor vertrek.

Als de wekker om 7.00 uur afloopt, zakt de moed me in de schoenen. Het regent. Ik hoor het water met bakken in de nog lege straten neerkletteren. De dakgoten van de kathedraal, gelegen aan de overkant van het straatje waarin ik deze nacht heb gelogeerd, lopen over. Het geluid dat het water maakt dat vanaf het dak naar beneden dondert, is oorverdovend.

Even weet ik niet wat ik moet doen. Mijn schoenen zijn verre van waterdicht en mijn stemming is niet bestand tegen al te trieste weersomstandigheden. Word ik nu al tegengehouden? Laat ik me nu al belemmeren?

Ik sta rustig op en verlaat het hotel om onder een galerij een sigaretje te roken en de situatie even in rust te bekijken en te wachten tot het buiten licht wordt.

Als ik terug wil naar de kamer, loop ik vast. De deur die toegang geeft tot het pension gaat met geen mogelijkheid open. Hoe ik het ook probeer, de sleutel draait niet mee en op de bel wordt niet gereageerd. Wanhopig kijk ik rond. Vanaf het plein voor de kathedraal komen twee flink bewapende mannen van de Guardia Civil aangelopen. Ze zijn bereid mij te helpen. Maar ook zij krijgen geen beweging in het slot. De deur blijft gesloten.

In het donker blijf ik achter in de natte verlaten straat. Mag het vandaag toch niet mijn vertrekdag zijn?

Terwijl ik wacht wordt het langzaam lichter. De regen lijkt te verminderen en er komt meer leven op straat.
Regelmatig vraag ik aan voorbijgangers, meestal stoere Spaanse mannen, of zij mij willen helpen. Steeds weer zonder het bedoelde resultaat.

Na ruim een uur wachten gaat er verderop in het straatje een deur open. Ik zie twee pelgrims uit een pand komen. Twee pelgrims die vannacht in hetzelfde pension hebben overnacht als waar ik heb geslapen. Ik ben verbaast, waar komen zij vandaan? Zij kijken verbaast naar mij, waarom staat zij daar zo natgeregent en alleen op straat?

En pas dan begrijp ik het. Ruim een uur heb ik met de goede sleutel bij de verkeerde deur gestaan.

Een kwartier later ben ik klaar voor vertrek. Met een gevoel van opluchting verlaat ik het pand. Moeizamer dat dit zal het vast niet meer worden.

Zoeken naar balans

13 september 2016, Negreira

Met jas en regencape verlaat ik het plein van de kathedraal. In gedachten neem ik afscheid van mijn tweede thuis. Ik voel mij nagekeken door een groep toeristen die foto's maken van nat-geregende pelgrims.

Onzeker zoek ik mijn weg.

Ik ben nog maar net op weg als ik twee pelgrims een levendig gesprek in mijn eigen taal hoor voeren. Ik vertraag mijn pas en knoop opgelucht een gesprekje aan. Tijdens dit gesprekje worden we ingehaald door een jonge meid die zich ook bekend maakt als Nederlandse. Met haar loop ik ruim twee uur verder de camino op.

Deze Nederlandse (Wanda) heeft net haar studie aan de TU Delft afgerond en vertelt honderduit over haar plannen voor het leven. Ik ben heel blij met haar aanwezigheid, het helpt mij om te landen in mijn tocht en geeft mij net dat beetje vertrouwen dat ik nog nodig had om mijn tocht echt op te kunnen pakken.

Na het drinken van een kopje cafe con leche en een bocadilla con queso (voor het luttele bedrag van 1,50), neem ik bewust afscheid van haar. Mijn tocht is begonnen, ik ben op weg, ik kan het alleen.

De route is prachtig. Veelal over onverharde paden loop ik genietend van het natte eucalyptus-bos, steeds verder en verder. De gele pijlen wijzen mij de weg en op geen enkel moment bestaat twijfel over de richting. Mijn boekje en mijn app (je kunt niet genoeg zekerheden over de route inbouwen) blijven ongebruikt.

Die avond slaap ik in Negreira in een albergue privado. Op de slaapzaal spreek ik kort met de vier Nederlandse mannen die in dezelfde ruimte blijken te verblijven. Ik ben verbaast, zoveel Nederlandse pelgrims hebben we tijdens eerdere camino's nog nooit ontmoet. Bewust kies ik er voor om die avond alleen op pad te gaan om wat te gaan eten. Ik probeer de verleiding om afgeleid te worden te weerstaan. 

Onderweg naar een leuk eetcafeetje gaat het weer regenen. Het leuke eetcafeetje dat ik zoek, is in dit grauwe dorp nergens te vinden. Ten arren moede geef ik toe aan de verleiding om afleiding te vinden. Ik schuif onzeker aan bij twee van de Nederlanders (Ben en Paul) die ik op de slaapzaal ontmoet heb. Even later worden we ook nog vergezeld door een Deense pelgrima (Bodil), en langzamerhand ontstaat een levendige conversatie over niets. We lachen, maken wat foto's en delen ervaringen over eerdere tochten.

Langzaam ontspan ik.  Schoorvoetend  begin ik te genieten.

De mist ontstegen

14 september 2016, Mazaricos

Zonder concrete bestemming vertrek ik tijdens de zonsopgang uit de albergue. Ben, Paul en Bodil hebben veel tijd nodig om foto's te maken van deze start van de dag. Ik zeg hen gedag en loop de heuvels in.

Het is stil. Behalve het ruisen van de wind en een enkele blaffende hond, hoor ik niets. De weilanden zijn vochtig en het is mistig. Rustig loop ik een heuvel op. Wanneer ik me bovenop de heuvel omdraai zie ik de mist in het dal beschenen worden door de zon. Wat is het hier mooi en sereen.

Na ruim drie uur lopen, kom ik het eerste plekje tegen waar ik vandaag koffie kan drinken. In de uitspanning zit het vol met vochtige pelgrims. De ramen zijn beslagen, de gesprekken zijn verhit. Ik neem plaats op het terras buiten. Frisse lucht doet mij goed. Maar frisse lucht biedt mij bovenal de gelegenheid om de koffie te veraangenamen met het roken van een sigaret.

Er blijkt behalve koffie en brood ook gratis WIFI beschikbaar te zijn. Ik check facebook, bekijk mijn mail en lees mijn app-berichten. De fysieke kou op het terras voel ik niet. Ik word verwamd door de mooie, inspirerende en persoonlijke berichtjes van een aantal voor mij belangrijke mensen in Nederland.

Na 20 mooie en rustige kilometers kies ik een albergue (albergue Santa Marina) in de 'middle of nowhere'. De albergue is niet meer dan een klein, oud huisje waar op de eerste verdieping onder het schuine dak 6 veelgebruikte, versleten bedden zijn geplaatst.

In het naastgelegen cafe wordt om 19.00 uur de pelgrimsmaaltijd geserveerd. Met twee Engelse mannen uit Manchester en met Bodil eten we gezamenlijk bloemkoolsoep gevolgd door friet met een onbestemd stukje vlees. Als nagerecht wordt een klein bakje yoghurt geserveerd. Bij de maaltijd wordt (naar goed Spaans gebruik) onbeperkt wijn geschonken.

Verwarmd door de mooie contacten met Nederland en door de gezelligheid en wijn op het Spaanse platteland, werk ik mijn dagboekje bij. 

Als alle anderen in diepe rust zijn, leg ik alle nog niet in gebruik zijnde dekens over mijn slaapzak heen en kruip ik tevreden mijn bed in.

Ont-moeten

15 september 2016, Cee

Elke camino kent eigen vaste etappes. De meeste pelgrims houden die etappes als richtlijn voor het eigen lopen aan. Omdat ik vanwege de keuze voor de afgelegen albergue van afgelopen nacht van die vaste etappes ben afgeweken, is de etappe van vandaag erg rustig. Ik moet meer dan in de afgelopen dagen op de tekens van de camino letten.

De route is wederom erg aangenaam. Langs kleine landweggetjes, door bossen en over heuvels loop ik samen met mijn playlist steeds verder naar het einde van de wereld. Mijn gedachten staan vaak stil, mijn zintuigen en emoties krijgen ruimte om te ervaren.

Bodil, de Deense pelgrima, is inmiddels vast onderdeel aan het worden van deze camino. Bodil is zelfstandig maar zoekt actief hulp en steun bij het kiezen van albergues en bij het zijn van gezelfschap na aankomst in de albergue. Ze irriteert me in haar enorme woordenstroom en in haar groeiende afhankelijkheid van mij. Ze biedt me ook in toenemende mate een thuisgevoel, met haar deel ik deze camino al vanaf dag 1. Intrigerend en irriterend, gevoelens die ik vandaag tijdens het lopen onderzoek maar direct ook weer laat gaan.

Tijdens het lopen realiseer ik me opeens dat ik met dit tempo niet ontspannen in Muxia kan geraken. Even raak ik in paniek. Er zijn een aantal scenario's denkbaar. Ik ervaar dat in elk van die scenario's de druk die ik op mezelf leg, toeneemt.

Het verplicht lopen van langere afstanden, het skippen van de route naar Muxia of het nemen van een taxi. Elk van die scenario's botst met oordelen die ik onbewust blijk te hebben: ik moet toch elke kilometer zelf lopen? Ik moet mijn doel toch in elk geval halen? Een uur worstel ik met mezelf, en kies dan voor hetgeen waarom de camino dit keer op mijn weg kwam.

Ik moet helemaal niets. Ik mag meebewegen met wat voor mij goed is.

Op het punt waar ik de taxi wil regelen, is Bodil pauze aan het houden. Ik vertel haar over mijn probleem en van mijn besluit.  Zij reageert enthousiast: haar knieeen doen ongelooflijk veel pijn en zij wil zo snel mogelijk naar een apotheek. Als we een taxi delen, kan zij nog vanmiddag een apotheek bezoeken.

Een half uur later zitten we bij een Spaanse man, die eigenlijk autocoureur had willen worden, in de taxi. Hij rijdt ons, in een wat mij betreft veel te hoog tempo, door het Spaanse platteland in de richting van het havenstadje Cee.

Na een rit van ongeveer 30 minuten stappen we uit de auto en doen we onze rugzakken weer op. We zijn in een relatief grote stad aangekomen, gelegen aan een baai. We weten niet waar de camino loopt en beslissen rustig richting de baai te lopen.

Tijdens het zoeken van een albergue rondom die baai, hoor ik mijn naam roepen. Ben en Paul zijn net (lopend) aangekomen en zitten op een terras aan een biertje (en aan de WIFI). Ze wijzen ons de weg naar een hele fijne albergue aan de baai.

Bodil nodigt me, voordat ze op zoek gaat naar de apotheek, uit om die avond met haar uit eten te gaan. Ik accepteer de uitnodiging, in deze relatief grote stad voelt het eventueel alleen gaan eten toch wat eenzamer dan in kleine dorpen.

Maar wat ben ik blij dat als we net ons eerste glas wijn besteld hebben, Ben en Paul vragen of ze bij ons mogen zitten. Een uiterst gezellige en ook persoonlijke avond, ondersteunt door een mooi telefoongesprek met Pieter en de kinderen, volgt. Het mag zo zijn!

It's the end of the world, and I feel fine

16 september 2106, Fisterre

Vandaag ga ik het einde van de wereld bereiken. Opgewekt en verstild loop ik Cee uit en loop ik over veelal onverharde paden steeds verder naar de kust. Voor het eerst tijdens deze tocht is het zonnig en is de temperatuur aangenaam. Haast zingend loop ik kilometer na kilometer in een heel rustig tempo richting mijn bestemming.

Mijn favoriete nummers tijdens mijn tocht vandaag zijn 'Viva la vida'(Coldplay), 'it's the end of the world' (REM), 'Come as you are' (Nirvana) en 'It's my life' (Bon Jovi).

Wat ben ik trots en dankbaar voor de stap die ik heb genomen en de stappen die ik aan het zetten ben.

De laatste kilometers naar de kaap zijn saai en stijgend. Ik ervaar dubbele gevoelens, bijna gehaald, maar ik ben er nog lang niet.

Als het 0.0 km-paaltje in zicht komt, stromen de tranen over mijn wangen. Snikkend poseer ik bij het paaltje. Een Duitser legt mijn aankomst op mijn eigen camera vast. Tegelijkertijd word ik door vele toeristen, die net uit hun bussen gestapt zijn, vastgelegd. Vereeuwigd op de gevoelige plaat.

Op de rotsen ga ik zitten. Ik kijk uit over de oceaan. Op de rotsen liggen herinneringen van pelgrims die hier eerder zijn aangekomen. Slotjes, briefjes, schoenen, stenen, veters, enz. Hier en daar is een plaats te zien waar nog een poging gedaan is om de herinneringen in vuur op te laten gaan. De bewapende Guardia Civil houdt nu een oogje in het zeil, van vuur is men hier niet meer gediend.

Ik zit urenlang op mijn rots. Mijn gedachten en mijn gevoelens hebben hier de vrije ruimte. De zon en wind en de golven van de oceaan, helpen me om te voelen, om te zijn en om los te laten. Pijn en angst laat ik achter, durf en vertrouwen neem ik mee.

Moeizaam neem ik afscheid van het einde van de wereld. Langzaam daal ik af naar het dorp waar het normale leven mij weer zal ontvangen. Tijdens de afdaling neem ik afscheid van Ben en Paul, hun weg is gelopen, zij vertrekken vanmiddag met de bus naar Santiago.

De rest van de dag neem ik mijn tijd om weer te landen. Ik ontloop Bodil en heb contact met twee nuchtere Belgen die helemaal niets begrijpen van de 'fuss' die gemaakt wordt van dit nulpunt. Hun nuchtere relativering en hun vrolijke verschijningen komen op het goede moment.

Op een bankje met uitzicht op de haven van Fisterre eet ik later die middag wat brood en yoghurt. Pas als het al helemaal donker is, loop ik weer terug naar het dorp. Bodil zit dan op een terrasje aan een glaasje wijn. Ik schuif desgevraagd even aan, en drink een glaasje mee. Tijdens het proosten ziet ze mijn kwetsbaarheid. Ze geeft me een knuffel en we lopen terug naar de albergue Oceanus. 

'It's the end of the world as you know it, and I feel fine'.

On-tspannen

17 september,Lires

Bijzonder ontspannen loop ik vandaag naar Lires. De route vanaf Fisterre naar Muxia, via Lires, is niet goed bepijld. Het aantal wandelaars is beperkt. Maar het kan me niet deren. Ik zie geen beren op mijn pad. De zon schijnt volop en de temperatuur is aangenaam. Tot mijn eigen verbazing kies ik er onderweg zelfs voor om een nauwelijks belopen en nog slechter aangegeven variant langs de kust te gaan lopen.

Ik dwaal letterlijk mijn weg naar mijn bestemming van vandaag. Langs mooie baaitjes, lopend over hele smalle paadjes kom ik langzaam maar zeker in de buurt van Lires, het dorpje waar ik vandaag graag ga overnachten.

In de albergue tref ik de twee nuchtere Belgen en de twee mannen uit Manchester waar ik een dag of wat geleden mee aan de wijn heb gezeten. We proosten op het leven en maken plezier.

Einde van de camino

18 september, Muxia

Het is vandaag mijn laatste wandeldag. Om hier optimaal van te genieten, start ik rustig.

De albergue werkt hier goed aan mee. Het enige personeelslid dat in de morgen werkt, is heel goed in koffie zetten, maar lijkt niet in staat alle bestellingen voor het ontbijt te kunnen realiseren. Samen met de Belgen, de Engelsen en Bodil wachten we geduldig op dat wat komen gaat. Ruim een half uur duurt het voordat de eerste van ons de bestelde tostada geserveerd krijgt. Daarna is het tijd voor pauze. De man loopt naar buiten en steekt een sigaretje op. Wij kijken elkaar aan en schieten in de lach. Is dit een grap? Of is dit een oefening in geduld?

Ik heb geen haast, maar ik heb wel honger. De aanwezigheid van mijn tafelgenoten is echter voldoende om mijn honger lang genoeg te vergeten.

Pas een uur nadat ik mijn bestelling heb geplaatst, krijg ik mijn tostada. De door mij bestelde jus is in geen velden of wegen te zien, maar ik tel mijn zegeningen.

Na het ontbijt doe ik mijn rugzak op mijn rug en pak ik mijn wandelstok. Op weg naar het einde van de camino, zoals Muxia ook wel genoemd wordt.

De route loopt door het bos, parallel aan de mooie kustlijn. De laatste kilometers loopt het pad over en langs het strand. Het echte eindpunt, de costa mortale, ligt voorbij het dorp. 

Het is druk bij de kaap. Het kerkje is helemaal vol, de zondagse mis gaat bijna beginnen. Rondom het kerkje is een klein marktje waar souveniers, lokale voedingsmiddelen en kaarsen gekocht kunnen worden.

Voor het kerkje staat een indringend beeld. Een beeld met de naam 'verscheurd'. 

Na foto's gemaakt te hebben, het kerkje bekeken te hebben en de rots die er is beklommen te hebben, is het goed. Ik heb zin in een middagje rust en in een lekkere lunch op een zonnig terrasje.

Bodil blijkt dezelfde albergue gekozen te hebben. In de avond hebben we tijdens ons afscheidsetentje voor het eerst sinds onze ontmoeting echte mooie gesprekken. Ze vertelt over haar jeugd, haar huwelijken, haar werk  en haar worstelingen tijdens al die perioden. Ik deel mijn ervaringen en neem van haar verhaal mee het belang om te leren/blijven vertrouwen op mijn eigen gevoel.

Afscheid van de camino: Loslaten en verbinden

19/20 september 2016, Santiago

Ik heb nog twee dagen om deze camino los te laten en me langzaam voor te bereiden op de terugreis.

Heel moeizaam neem ik afscheid. Op het plein voor de kathedraal lees ik mijn dagboekje nog eens door en neem ik inspiratieteksen die ik onderweg heb gekregen nogmaals tot mij. Wat heb ik enorm genoten en wat ben ik trots en dankbaar voor alle intense ervaringen en stappen die ik, mede dankzij de support en feedback van mijn hulplijntjes in Nederland, heb durven en kunnen zetten. Belangrijke eerste stappen op de terugweg naar mijzelf. Stappen waardoor de weg naar de toekomst zich langzaam zal kunnen ontvouwen.

Om de camino langzaam los te laten en mij stap voor stap weer te verbinden met de mensen en het leven in Nederland, koop ik voor een aantal mensen die tijdens deze tocht voor mij heel bijzonder zijn geweest, een persoonlijk kadootje en schrijf ik een persoonlijk kaartje. Ook maak ik foto's van alle plekjes waar we als gezin herinneringen hebben liggen, en app ze naar huis. De kinderen en Pieter herkennen alle plekjes en zeggen niet te kunnen wachten op de volgende zomer.

De komende zomer waarin we weer met het hele gezin onze aankomst in Santiago zullen vieren.

Ik ga weer naar huis.

Zo bekend en toch zo spannend...

Foto's

Tijdens deze camino heb ik af en toe foto's gemaakt. Deze kun je vinden onder het tabje '2016 foto's fis/mux'