Ons grote avontuur: De Camino Frances

Na een druk en (te) bewogen jaar is het zover. Op 17 juli nemen we als gezin afscheid van een hele goede basisschoolperiode van Thomas. Op 18 juli staat het vliegtuig naar Bilbao voor ons klaar. Het einde van de voorbereidingen, het begin van ons grote avontuur!

Op deze bladzijde tref je de verhalen over het traject Pamplona tot en met Leon aan. Voor de verhalen vanaf Leon naar Santiago tref je een andere bladzijde op de site aan.

ULTREIA!

Gesealed en gestempeld

Pamplona, 18 juli 2013

We zijn vroeg op schiphol, zodat we voldoende tijd hebben om onze rugzakken te laten sealen. Daarmee willen we beschadigen van de rugzakken (met alle losse gespjes, banden etc) voorkomen. 

De vriendelijke, maar commerciele, jongeman, zegt onze wandelstokken niet te mogen sealen. Maar 'gelukkig' is er een alternatief: een rugzaktas voor 30 euro met een bijpassend slotje van 17 euro.

We besluiten om 3 rugzakken te laten sealen, en om voor 1 rugzak de tas met slotje aan te schaffen.  De reis is begonnen: 74 euro lichter.

Bij de veligheidscheck is het weer hectisch. De alarmen gaan af als wij door het poortje lopen. Gelukkig hebben we de autipas al in de hand. En het werkt. Thomas is de enige die niet wordt gefouilleerd en niet opnieuw door het poortje hoeft. Dat scheelt een hoop stress en onrust.

Dag van de ballonnen

20 juli 2013, Zariquiegui

Thomas is vandaag jarig. Alweer 12 jaar. Vanmorgen dus eerst ballonnen opgeblazen: 3 voor Thomas en 1 voor Martijn. De ballonnen zweefden achter aan hun rugzakken de best wel steile berg op.

De stad Pamplona met alle herrie hebben we achter ons kunnen laten. Door graanvelden en meestal in de felle zon, hebben we een goede tocht gelopen.

De start was voor Martijn zwaar. Al binnen de eerste paar kilometers had hij pijn op de borst. Een paar slokjes water hielpen een beetje. De warme plattelandslucht nog meer. Bij het stijgen was Martijn niet meer te houden. Hij liep ver voorop, en moest regelmatig ongeduldig wachten op de rest (wij dus).

De tocht  was in Nedelandse termen niet erg lang: ongeveer 12 km. Voor ons een mooie start, waarbij we vooral aan het klimmen en aan de enorme hitte moeten wennen. Het is vandaag 33 graden in de schaduw. In de zon en uit de wind, voelt dit als 50 graden.

Als feestmaal heeft Pieter pannenkoeken gebakken. 

De klimgeit

21 juli Puenta la Reina

Vandaag begint, na een ontbijt bij de albergue, met een stevige klim naar de top van de berg ´del pardon´. Hijgend, puffend en zwetend lopen we naar boven. Stap voor stap komen we steeds hoger. En Martijn (onze klimgeit) wacht steeds geduldig tot we op zijn hoogte zijn aangekomen. Hij rent haast de berg op, soms zelfs terwijl hij meezingt met de Ipod.

Als we eindelijk op de top van de berg zijn aangekomen, zien we de beeldenrij die we al kennen van de plaatjes. Natuurlijk poseren ook wij, net als alle pelgrims voor en na ons, tussen de beelden. Op de berg treft Pieter een Nederlandse priester (op leeftijd) uit Rome. Ook hij is op weg naar Santiago. Hij is erg onder de indruk van het feit dat wij als gezin de tocht lopen. Als hij aan de kinderen vraagt of zij dit ook leuk vinden, zegt martijn stralend: ´Nee ik vind het niet leuk, maar ik ben wel de beste loper´.

Even later blijkt dat Martijn (nog) niet de beste afdaler is.  Bij de steile afdaling (met losse keizelstenen) valt Martijn op zijn knie en handen. Een paar grote schaafwondjes en een grote schrik zijn het gevolg.

We lopen tot Puenta la Reina. Daar slapen we in een albergue communal. Voor 5 euro per bed (op een slaapzaal van 10 bedden) mogen we gebruik maken van de keuken, badkamer en de tuin. Thomas vindt er niets aan; er zijn nauwelijks stopcontacten (voor het opladen van DS en Ipod).

Het nieuwe groen is rood

Lorca, 22 juli 2013

Als de wekker op onze slaapzaal afgaat, is het naar onze inschatting 6 uur. Het is nog donker buiten, maar het zal snel lichter worden. We kleden ons snel aan. Thomas en Martijn weigeren op te staan. Naar hun mening is het werkelijk veel te vroeg. En, ze blijken gelijk te hebben. Het is pas 5.00 uur. Om 6.30 uur gaat de bakker open en pas rond die tijd wordt het licht buiten.

We drinken een kopje koffie in de albergue, en rond kwart over zes halen we de kinderen uit bed en vertrekken we.

De routes in onze Michelingids voor de camino, zijn ingedeeld in drie kleuren: rood (zwaar), oranje (matig) en groen (licht). Vandaag staat ons een groene wandeling te wachten.

Door een heuvelachtig landschap lopen we door schatiige kleine dorpjes. Maar het lopen voelt volgens de kinderen niet ´groen´ maar ´rood´. En ze hebben gelijk. We lopen weliswaar over veilige paden, maar deze paden gaan soms erg steil omhoog. En bovendien komen veel van de paden uit de Romeinse tijd: veel ongelijke grote, gladde keien, waardoor je bij elke voetstap na moet denken waar je deze het beste kunt neerzetten.

Rond half 12 komen we, met pijnlijke voeten en zweet op het hoofd, aan in het dorpje Lorca. We hebben ons ingecheckt in de albergue privado (op de foto te zien). Voor 8 euro per persoon slapen we op een ruime slaapzaal voor 6 personen, is er internet, een wasmachine en zijn er voldoende stopcontacten.

 

 

 

Eregasten

Ayegui, 23 juli 2013

Thomas heeft vandaag veel moeite met opstaan. Er zijn geen andere mensen op de slaapzaal. Het caminogevoel van vroeg opstaan, is dan ook volledig afwezig. Na flink aandringen komt hij toch overeind. Pas na een goed ontbijt is hij bereidt te gaan lopen. Gelukkig is de dorpswinkel al open en kunnen we daar op het terrasje een stokbrood zonder beleg met water en/of zeer zoete koffie nuttigen.

Om 7.15 uur vertrekken we. Na 10 minuten moet Martijn nodig naar het toilet. Het toilet dat er is. is de berm van het voetpad. Het toiletpapier zit bovenin Pieters rugzak en is dus zo gepakt.

De route is vandaag eenvoudig te noemen. Een paar kleine klimmetjes en afdalingen. We lopen door de graanvelden en langs zonnbloemvelden. We lopen 12 kilometer, en merken dat deze afstand duidelijk te klein is, als de route eenvoudig is. Dezelfde afstand in een bergachtig terrein, is voor ons echter best pittig.

Als ik van het eerste zonnebloemenveld een foto maak, missen Thomas en ik een gele pijl. Dit merken we als we bij een snelweg uitkomen. Terug dus maar weer. Pieter en Martijn zijn wel goed gelopen. In het dorpje Villatuerte lopen zij al naar ons te zoeken. We hadden afgesproken op het dorpsplein met de fontein op elkaar te wachten. Het dorp blijkt echter erg groot te zijn, en meerdere dorpspleinen met fonteinen te hebben.

Uiteindelijk vinden we elkaar (natuurlijk) toch. En maken we de eerste foto´s van een fonteintje met ´eau potable´.

Na het passeren van het dorp Estella lopen we nog twee kilometer door naar de albergue. Het dorpje waar we dachten uit te komen, blijkt een nieuwbouwwijk te zijn met veel beton. In de betonnen sporthal is in de kelder een albergue gevestigd. Een alberguue met echte bedden in plaats van stapelbedden. 

Bij gebrek aan kookgelegenheid maken we voor het eerst gebruik van het pelgrimsmenu: 3 gangen voor 9 euro.

Bij het toetje vraagt herbergier Peter, of hij de kinderen mag aanspreken. Zij zijn voor hem eregasten en mogen in het speciale eregastenboek schrijven. Ze zijn de eerste kinderen die in deze albergue overnachten en die in deze eeuw zijn geboren. Heel verlegen, en heel trots schrijven ze allebei hun naam op en de eigen geboortedatum. 

Te vroeg voor de wijn

24 juli 2013, Villamayor de Monjardin

Rond 7.15 uur komen we aan in Irache. Als pelgrim kun je daar water uit de bron in je fles laten lopen. Je hebt echter ook de keuze om wijn in je fles te laten lopen (of direct te nuttigen). Zelfs voor Pieter is het nog te vroeg om de wijn al te nuttigen. Een van zijn veldflessen wordt dus gevuld voor vanavond.

Vandaag staat ons, volgens de Michelin-gids, een zware klim te wachten. Als we op onze eindbestemming voor de dag aankomen, kijken we elkaar aan: was dit alles? Onze klimconditie is wel beter geworden sinds de start, maar we weten nu vooral zeker dat we de Michelingids echt niet meer blind moeten vertrouwen!

We slapen in een klein dorpje bij een Nederlandse albergue. De albergue is van de stichting Oasis en draait op vrijwilligers uit Nederland. Ondanks de gastvrije ontvangst, hebben we onze bedenkingen bij hun aanpak. Toen bleek dat we niet zouden mee-eten, eindigde de ´eigenaar´ het gesprek met Pieter. Daarna hebben we ons haast moeten verexcuseren dat we niet naar het oecomenische meditatiemoment zouden komen. Resultaat was dat Pieter een boekje over het evangelie van Johannes heeft gekregen. Jammer dat we het boekje vervolgens ´zijn vergeten´.

Weldaad voor de voeten

25 juli 2013, Los Arcos

Klepper-de-klep; babbel-de-babbel; retteketet.  Thomas en Martijn zijn er achter gekomen dat ze elk beter lopen, als er een praatje te maken is. Pieter en ik zijn tijdens het lopen nogal stil.

Conclusie: vandaag lopen beide heren de gehele dag naast elkaar te kleppen en babbelen. Waarover? Yu-gi-oh en minecraft. En inderdaad: ze lopen allebei veel beter op deze manier. En wij hebben rust om te kunnen genieten van de mooie omgeving.

We lopen door wijnvelden, graanakkers en een klein bos. Het landschap is licht glooiend en het is, op het gebabbel van de kids na, muisstil.

We overnachten bij Casa Austria de Fuente. Een albergue gerund door Oostenrijkse vrijwilligers. Een heel gezellig huiselijk geheel, met massage, voetenbaden (water en knikkers), grote keuken en sfeervolle huiskamer. Op de foto zie je het voetenbad. het lukt echter steeds niet om eigen foto´s te uploaden. De meneer op de foto is dus niet een sterk veranderde Pieter!

Het is vandaag 25 juli; feestdag voor St. Jacob. Het is feest in het dorp, er is gratis cake voor de pelgrims van deze albergue en in de huiskamer staat de muziek aan. Vanavond wordt op het dorpsplein voor alle inwoners en pelgrims paella geserveerd.

Kortom: we zitten nu echt in het ritme en we genieten alle 4 met volle teugen.

Het verhaal van de kippen

26 juli 2013, Santa Domingo de Calzada

In de Middeleeuwen woont een gezin in Santa Domingo de Calzade: man, vrouw en zoon. Op een avond wordt de zoon opgepakt wegens een misdaad. 

De ouders, strenggelovig, vrezen het ergste voor hun zoon. De enige redding die ze zien, is een pelgrimstocht naar Santiago de Compostella. Wellicht dat de heilige Jacobus hen goed gezind is.

Ze gaan met niet meer dan een waterfles en een wandelstok op pad. Ongeveer 6 weken later bereiken ze Santiago, uitgeput en sterk vermagerd. Bij de kathedraal worden ze opgewacht door de rechter die over het lot van hun zoon heeft beslist. Bij een heerlijke maaltijd vertelt de rechter dat hun zoon een lijfstraf heeft gekregen: opgehangen aan zijn voeten aan de kathedraal van Santa Domingo. ´Die leeft dus nu echt niet meer´, zegt hij. 

Vader:´Mijn zoon leeft nog, net als de gebraden kip die op jouw bord ligt´.

Op dat moment vliegt de gebraden kip levend en wel van het bord van de rechter af. En inderdaad hun zoon heeft de lijfstraf overleefd, blijkt bij terugkomst in Santa Domingo.

Tot de dag van vandaag leven er, ter nagedachtenis aan dit gebeuren, 2 witte kippen in de kathedraal van Santa Domingo. En vandaag, op 26 juli, hebbben wij deze kippen bekeken. En ook de reservekippen (die zitten in de tuin van de albergue waar we vandaag overnachten).

Een nieuwe fase

27 juli 2013, Villemayor de Rio Burgos

Er is een nieuwe fase aangebroken van onze wandeling. De afgelopen week was een opwarmweek. Per dag liepen we 10 to 15 km en de temperaturen waren hoog (tussen 35 en 41 graden Celcius in de schaduw). De bus heeft ons gisteren een stukje verder gebracht. Vanaf vandaag worden de afstanden die we lopen groter (16-20 km per dag).

Rond half zes staan we naast ons bed. We zijn de laatsten van de slaapzaal die opstaan. De meeste wekkers (lees: mobiele telefoons) lopen af om 5 uur. Na een ontbijtje, vertrekken we om half zeven. Het is net licht als we Santa Domingo achter ons laten. En de temperatuur is erg fijn om bij te lopen, nu de zon nog niet schijnt.

We lopen het grootste deel van de dag in de buurt van de N211. Wij lopen op een breed grindpad, tussen graanvelden. We passeren verschillende leuke dorpjes, waar we steeds even kort pauzeren in de schaduw van de dorpskerk.

De temperatuur lijkt te dalen. Het gaat zelfs even regenen. Eindelijk kunnen we dus de regencapes uitproberen. We zien er met de regencapes uit als het gezin van Quasimodo. Groene en blauwe tweebenige gedrochten met een flinke bult op de rug (die ook bedekt is door de cape). Daarna begint het ook enorm te waaien. met forse tegenwind, regendruppels in het gezicht, bestijgen we de laatste heuvels. Om daarna aan te komen bij de albergue. De albergue ´San Luis de Francia´ ligt midden in het boerenland. Het wordt gerund door een gezinnetje, en wordt omringd door een mooie groene tuin met veel bloemen.

Ik vermoed dat we vanavond nog iets voor het eerst kunnen gaan uitproberen: onze slaapzakken. Tot op heden was de lakenzak meer dan voldoende voor in de nacht. Maar met een temperatuur van nauwelijks 20 graden, zal de lakenzak vermoedelijk te koud zijn.

Kortom: een nieuwe fase qua afstanden. Hoperlijk niet een nieuwe fase qua weersomstandigheden.

De Dazer werkt

28 juli 2013, Villafranca Montes de Ota

We lopen nu in de provincie Casilla-y-Leon. Voor het eerst maken we mee dat we al vroeg in de morgen bij elk huis geblaf horen. Omdat het nog schemerig is, zien we niet wat er achter dat geblaf zit. We vrezen steeds het ergste: loslopende grote kuitenbijters. En Thomas is er van overtuigd dat zijn kuiten het belangrijkste doelwit van deze blaffers zijn.

Gelukkig hebben wij een dazer bij ons. Volgens de verkoopsites zou bijna elke hond van het geluid van een dazer schrikken en afstand houden. Vandaag probeert Thomas deze real-life. 

Om de dazer goed te kunnen gebruiken moet de hond op ongeveer 2 meter afstand van je zijn. Als we op enig moment een leuk, klein, vriendelijk hondje zien dat aan de lijn  van zijn bazin zit, kan deze dus veilig worden uitgeprobeerd. En.... het hondje maakt een schrikbeweging en deinst inderdaad een beetje achteruit. De dazer lijkt dus te werken.  

Blauw van de kou

29 juli 2013, Atapuerca

Direct bij de start moeten de benen en de longen flink aan het werk: een pittige klim. In 4 kilometer stijgen we ongeveer 400 meter.

We komen aan op een mooie hoogvlakte op ongeveer 1150 meter. De heide staat in volle bloei en we kunnen de hele omgeving vanaf deze vlakte bekijken. Maar het kijken is niet prettig. Er staat een forse koude wind. Het is nog geen half acht en het is flink bewolkt. Pieter en ik hebben weliswaar koude armen, maar door het lopen blijven we warm genoeg. Ook de kinderen mopperen niet. Totdat Thomas zegt: ´kijk eens papa, mijn armen en handen zijn helemaal blauw´.  En inderdaad, hij ziet blauw van de kou. Dit is het moment om zijn nieuwe nog niet gedragen fleecetrui uit de rugzak te halen. Binnen een paar minuten is hij weer op temperatuur.

Onderweg pauzeren we in San Juan de Ortega. Een plekje waar wij in 2000 in de albergue hebben geslapen. Het verhaal ´nachtelijk orkest´ (zie wiebelverhalen uit Spanje) komt uit die herberg. De herberg en omgeving zijn onherkenbaar veranderd. Met geld van de Europeese gemeenschap is de albergue en de kerk opgeknapt. En de albergue ligt niet meer midden in de rimboe. Er is een heel dorp om de albergue heen gebouwd!

Gevallen voor het kruis

30 juli 2013, Burgos

Om bij Burgos te komen, moeten we over een kleine heuvel klimmen. In de verte zien we het kruis dat op de top van deze heuvel staat, al staan. De heuvel ligt bezaaid met grote en kleine keien. Dat vraagt dat we steeds goed geconcentreerd blijven lopen. Vlak voor het bereiken van de top, struikelt Thomas over een grote kei. Zijn knie bloedt flink. Gelukkig is er verder niets aan de hand. Een pleister gepakt en geplakt, en we kunnen weer verder.

Burgos is een enorme stad met een groot industrieel gebied. Om in Burgos te kunnen komen, loopt de camino 10 km lang over een stoep langs een snelweg door het industriegebied. Pijnlijk voor de voeten, en te veel prikkels qua geuren en geluiden. Aan de rand van het gebied pakken we de bus om ons zo zonder al te veel prikkels naar het centrum te laten brengen.

Vlakbij de kathedraal logeren we in de albergue communal. Zeer luxe: per 4 bedden is een soort compartiment gemaakt, met een eigen wastafel. Elk bed heeft een eigen stopcontact en per 4 bedden is er een douche (zie http://www.caminosantiagoburgos.com)).

De kethedraal zelf is immens groot, voorzien van veel goud, beelden, schilderijen, etc. Om de kathedraal te bouwen is men 4 eeuwen bezig geweest. Wij hebben de kathedraal in 20 minuten kunnen bekijken, langer konden onze voeten niet volhouden. En nog belangrijker: na het bekijken van de kathedraal was ons een echt italiaans ijsje beloofd door Pieter. Majmmie.

Wat eten we vandaag?

31 juli 2013, Rabe de las Calzades

Martijn is gestoken door een insect. Zijn scheenbeen is flink rood en onder zijn huid voel je een steenachtige bult. Hij heeft er veel last van. De medicijntas biedt geen uitkomst (diverse cremes, poedertjes, spraytjes en paracetamol). In een klein gehuchtje stoppen we.

Er is geen winkel, en in de albergue is geen keuken. Wij kunnen mee-eten met het menu de peregerino. Maar wat eten de kinderen?

In onze rugzak hebben we altijd een ruime voorraad brood bij ons. In de albergue is fruit en chips te koop.

De hospitalero is bereidt om voor Thomas pasta te koken. Zo improviseren we een fruit- en koekjesmaaltijd voor Martijn. Voor Thomas staat pasta met heel veel brood op het menu.

En natuurlijk zit in mijn rugzak een flinke pot met vitaminen en mineralen in de vorm van beertjes.

Morgen moeten we, om te voorkomen dat de kids door een te eenzijdige voeding te veel kracht verliezen, op zoek naar een albergue waar we zelf kunnen koken.

Het mysterie van San Bol

1 augustus 2013, Hontanas

De meseta is een gebied tussen Burgos en Leon. Het is een hoogvlakte met eindeloze graanvelden. Geen schaduw voor de wandelaar. Alleen eindeloze rechte grindwegen. Kilometer na kilometer graanveld, met af en toe een zonnenbloem en af en toe een heuvel.

Onderweg komen we langs het gehucht San Bol. Vroeger was dit een dorp. Nu zijn er alleen leegstaande huizen en een albergue (zie foto). De huizen zijn volledig vervallen. Ooit was dit een welvarend dorp. Op enig moment hebben alle bewoners het dorp verlaten. Zelfs de Spanjaarden weten niet wat daar de reden van is geweest.

Voor ons voldoende voer voor gesprekken. Waarom zijn de Spanjaarden uit dit dorp vertrokken? Juist terwijl het een kleine oase is met een natuurlijke bron? Was er een ziekte? Een spook? Waren de mensen ergens bang voor?

We hebben het antwoord onderweg niet gevonden. Maar de weg leek door dit gesprek wel een stuk korter. 

Ontmoetingen

2 augustus 2013 Itero de Virgea


De camino wordt door veel mensen gelopen. We spreken elke dag een aantal van hen. Sommigen komen we regelmatig tegen; zij lopen in hetzelfde tempo. Anderen ontmoeten we 1 of enkele keren, waarna elk weer zijn eigen weg gaat.

Louisa  is een dame die we zijn tegen gekomen. Zij is gestart in Munchen. Ze reist in haar eentje in een elektrische rolstoel. Grotendeels volgt ze het wandelpad. Regelmatig loopt ze dan vast, als gevolg van een te steile helling of door grote keien op het pad. Hulp is meestal in de buurt. Zo is ze tijdens de klim naar het kruis (waar we eerder over schreven) door 10 pelgrims naar boven getild, omdat het pad te steil was en te veel keien had. Een ongelooflijk zelfstandige vrouw, die overal vooral de uitdaging van inziet.

Een andere dame is afkomstig uit Londen. Vorig jaar is ze met de camino gestart. Vlak voor Pamplona heeft ze haar heup gebroken en moest ze de tocht afkappen. in Engeland heeft ze een nieuwe heup gekregen, en dit jaar maakt ze de tocht af. Ze heeft geen problemen met haar heup meer, maar haar conditie moet ze tijdens de camino weer opbouwen.

Veel van de mensen komen uit Duitsland, Engeland en Spanje. Maar we hebben ook mensen uit Korea, Brazilie, Canada en New York gesproken. 

We komen opvallend weinig Nederlanders tegen. Tot op heden ongeveer 3 of 4 personen uit ons eigen land. En we hebben pas 1 ander kind gezien die de tocht met haar ouders loopt.

Vandaag lopen we opnieuw tussen de graanvelden. De enige afwisseling is een tafelberg die we over moeten. De klim is 12 procent en de afdaling 18 procent. Een flinke aanslag op de knieen dus.

Every step counts

Fromista, 3 augustus 2013

Volgens de Michelingids lopen we vandaag ongeveer 16 kilometer. We spreken dus af om de eerste pauze in te lassen na 9 kilometer en daarna het tweede stuk in een keer te lopen. Maar wat duurt dat tweede stuk lang.

Van andere pelgrims hoorden we al dat je op de meseta het gevoel van tijd en afstand volledig kunt kwijtraken. Blijkbaar overkomt ons dat nu al. We hebben al bijna 3 uur gelopen na de eerste pauze, maar er is nog geen dorp in zicht. 

De kinderen mopperen niet. Ze hebben geen oog voor hun omgeving of voor de tijd. Ze praten over Minecraft en over laptops. Mijn voeten mopperen wel. Mijn voetzolen lijken in brand te staan, en het kloppende gevoel verdwijnt niet meer.

Eindelijk zien we het dorpje. Het is al 1 uur geweest als we moe en bezweet bij de albergue aankloppen. Op bed val ik gelijk in slaap, terwijl de kinderen I-podden en DS-en en Pieter op zoek is naar een winkel.

Later horen we dat onze Michelin-gids onjuiste info heeft aangegeven. We hebben ruim 5 kilometer meer gelopen dan gepland.

Maar zoals onze lawaaiierige Engelse ´vrienden´ altijd zeggen: Every step counts. De stap die je gezet hebt, hoef je niet meer te zetten.

Gelukkig maar.

Bij de nonnen

4 augustus 2013, Carrion de los Condes

We slapen elke nacht in een albergue de peregrino´s. Om daar te kunnen slapen heb je een credencial (pelgrimspaspoort) nodig. Elke nacht dat je bij een albergue slaapt, krijg je een stempel. En uiteindelijk krijg je, als je genoeg stempels hebt, in Santiago een Compostella.

In vrijwel elk dorp is er minimaal 1 albergue municipal. Op steeds meer plekken tref je ook een albergue privado aan. Vanaf ongeveer 12 uur verzamelen pelgrims zich voor de deur van de albergue, die meestal rond half een opengaat. Tot onze verrassing is het tot op heden echter nog niet voorgekomen dat een albergue al vol is bij onze aankomst. Het aantal pelgrims is dit jaar niet heel groot (wellicht door de crisis), waardoor de capaciteit gelukkig dus toereikend is. Of dit in de komende weken zo blijft, naarmate we dichter bij Snatiago komen en het aantal pelgrims dus zal toenemen, zal moeten blijken.

In de albergue slaap je op een slaapzaal met stapelbedden. Er zijn douches, een plek om de was te doen, een terasje en soms ook een keuken waar je kunt koken. Helaas zijn er veel minder keukens dan in 2000. De meeste albergues bieden maaltijden aan, tegen een relatief gerinf bedrag. Daarmee creeren ze meer inkomsten. En de meeste pelgrims vinden dit ook wel erg makkelijk en gezellig. Voor Thomas en Martijn is het echter een stap te ver om met de pelgrimspot mee te eten.

Om tien uur ´s avonds gaan de deuren van de albergue dicht en gaan de lampen uit. Het is dan ook direct heel stil, iedereen slaapt. Vanaf vier uur ´s ochtends gaan de wekkers af. De eerste pelgrims vertrekken een kwartier later (dit zijn de mensen die de echte grote afstanden lopen). De meesten vertrekken (net als wij) rond half zeven, net voordat het buiten licht wordt.

Wij vinden de albergues erg prettig. De slaapzalen zijn meestal niet heel groot (tot nu toe maximaal 26 bedeen). Het is er over het algemeen erg schoon, er zijn schone lakens en de ruimtes binnen zijn koel. En de leukste albergues hebben bovendien gratis wifi.

Vandaag slapen we in een klooster bij nonnen. Thomas werd zeer boos toen we dat aan hem vertelden. Hij wil absoluut doorlopen. Na enig aandringen werd duidelijk waarom: ´Nonnen hebben geen wifi en internet, dus daar wil ik niet slapen.´

Tot zijn grote verrassing hebben nonnen tegenwoordig gewoon wifi en internet. Probleem opgelost, en weer een vooroordeel uit de wereld.

Gefrustreerde pelgrim

5 augustus 2013, Sahagun

In de albergue van Sahagun, vraagt een vermoeide pelgrim aan ons: ´You are already here?´.

´Yes, the childeren are excellent hikers´, antwoord ik. De pelgrim kijkt gefrustreerd. Hij is vanmorgen om 4 uur gestart en komt nu na 40 kilometer lopen net aan. Wij zien er fris uit en zaten vannacht in dezelfde slaapzaal als hij. Hij baalt zichtbaar, eruit gelopen door een stel kleine kinderen.

De waarheid is echter anders. Thomas blijkt er helemaal doorheen te zitten. Gisteravond was hij uiterst explosief en vanmorgen weigerde hij op te staan. Tijdens het ontbijt besluiten we hem even rust te geven. We pakken, tot zijn enorme vreugde, de bus en slaan een etappe over. Hij kan dan even een dag tot rust komen, terwijl voor zijn gevoel we toch lekker opschieten.

En vanavond zal ik de gefrustreerde pelgrim uit zijn lijden verlossen. 

De smurf

6 augustus 2013, El Burgo de Ranero

In Sahagun ontmoeten we in de albergue Pitou. Hem hebben we al vaker gezien en gesproken. We zijn echter verrast dat we hem hier tegen komen. Hij loopt gemiddeld 40 kilometer per dag en zou ons dus al ver vooruit moeten zijn.

Maar Pitou heeft last van zijn voeten (blaren, ontstekingen) en van zijn knieen. Hij is over zijn grens gegaan, net als veel andere pelgrims die we tegen komen. Nu loopt hij elke dag nog maar maximaal 20 kilometer, maar meestal minder.

Pitou spreekt alleen Spaans. Door hard te praten, verwacht hij dat iedereen hem verstaat. Hij is ervan overtuigd dat Pieter hem uitstekend begrijpt. Resultaat is dat hij Pieter altijd opzoekt.

Aan het einde van deze loopdag, blijkt Pitou ook in ons dorpje te slapen. Speciaal voor Pieter heeft hij een biertje gekocht en komt hij dit in onze albergue brengen. Een lang gesprek volgt. Pieter knikt er rustig op los, en Pitou praat enthousiast en hard.

Uit het gesprek met Pitou heeft Pieter in elk geval begrepen dat Pitou in Leon gaat stoppen. Zijn blessures zijn hem de baas geworden.

Vraag die nog niet beantwoord is door Pitou, is of hij echt zo heet (Pitou betekent smurf), of dat hij deze naam aan zichzelf heeft gegeven vanwege zijn geringe lengte en zijn blauwe kleding.

Misschien zien we hem nog voor Leon. Dan kan Pieter hem dat, bij een biertje, alsnog vragen. 

Buen camino

 7 augustus 2013, Mansilla de la Mulas

Het is nog donker als we om half zeven de albergue achter ons laten. De route is makkelijk te vinden. Er is maar 1 weg met een wit wandelpad ernaast. Vol goede moed gaan we op pad. Ons doel is om vandaag 19 kilometer te lopen. 

Langs het wandelpad staat om de 5 meter een boom (zie foto). Links en rechts zijn, inmiddels kale, graanvelden te zien. Af en toe passeert een tractor. Regelmatig worden we ingehaald door fietsende pelgrims, de fietsroute loopt hier langs het voetpad. ´Buen camino´, roepen we dan over en weer. En dat is het. Nergens een huis of een ander teken van leven.  

De eerste anderhalf uur gaat prima. Maar dan komt de man met de hamer. Naar ons gevoel staan we stil. Het dorpje waar we ons voor de pauze op richten, is wel erg ver weg.  

Wat een eindeloze saaiheid. Wat duurt een kilometer in zo´n landschap lang, zeker als het doel (het dorpje) steeds maar niet in zicht komt. 

Na drie uur lopen bereiken we dan toch nog Reliegos. Op het eerste het beste terrasje ploffen we met een zucht neer. 

Na de welverdiende pauze, gaat het regenen. De regenkleren gaan aan, en we vervolgen dezelfde weg met naar ons gevoel dezelfde boompjes, fietsers, tractoren en saaiheid.

Wat een heerlijkheid om dan aan te komen in een leuk stadje, met een albergue met een warme douche en lekkere cafe con leche. De aankomst op zo´n plekje, is onze beloning voor deze dag lopen. 

Langs de weg

8 augustus 2013, Leon

Een paar dagen geleden waarschuwde een iers stel ons voor het wandelen naar Leon. Dit is volgens hen een gevaarlijke wandeling, omdat je regelmatig op de snelweg moet lopen. Wij herinneren ons dit gevaar helemaal niet, en besluiten dus gewoon op pad te gaan.

Al vanaf de vroege morgen lopen we op een wandelpad langs een drukke verkeersweg. Ongeveer 12 kilometer voor Leon wordt het heuvelachtiger, en lopen we tussen de verkeersweg en de snelweg in. Het is een mooier landschap dan we in de afgelopen dagen hebben gezien, en het doet ook weer een beroep op onze klimspieren.

Al snel bereiken we het industriegebiedje van Leon. Dit is maar klein en we passeren dit dus snel. Via een tweetal nieuwe loopbruggen gaan we de snelweg over, en lopen we de buitenwijken van Leon binnen. Het Ierse stel bleek dus ongelijk te hebben, het is een weliswaar drukke, maar veilige route.

Aan de rand van de stad worden we opgewacht door de Guardia Civil. Zij leggen ons uit waar de albergues zijn en we krijgen een plattegrond van de stad mee. Erg vriendelijk, maar ook wel nodig. De binnenstad van Leon is een doolhof.

We slapen in een albergue vlak bij de grote kathedraal van Leon. Dit is een klooster. Dit betekent dat de mannen en vrouwen gescheiden slaapzalen hebben.

In de stad horen we voor het eerst sinds redelijk lange tijd iemand Nederlands praten. We kijken direct allemaal om. Dit zijn we niet meer gewend te horen. Even later realiseren we ons dat Leon een enorm toeristische stad is, waar veel dagjesmensen op af komen (en dus ook veel Nederlanders).

Op het plein van de kathedraal zit een winkeltje waar knuffels verkocht worden. Martijn heef maar 1 knuffel bij zich, en mist zijn andere knuffels enorm. Hij mag dus een knuffel kiezen. Het worden 2 knuffels: de leeuw van Leon en een gele PacMan.

Op het hoofdkussen van Martijn zitten nu Mickey Mouse en zijn 2 nieuwe vrienden te wachten. De andere mannen van de slaapzaal lijken erg jaloers te zijn.

Ps. Vanaf morgen kun je de verhalen lezen op een andere bladzijde op onze site: 2013, Vanaf Leon.