17. apr, 2017

De muntjes uit Le-Puy-en-Velay

 

Op 1 juni 2000 ontvangen we van een priester in de kathedraal van Le-Puy-en-Velay de zegen voor onze tocht. Na een kort individueel gesprekje, ontvangen we vervolgens elk een klein muntje met daarop de beeltenis van Maria.
De priester zwaait ons uit met de persoonlijke woorden: 'Ga, en wordt pelgrim'.

Gedachteloos stoppen we de muntjes in een portemonnee. We hebben nog een eind te lopen, geen tijd te verliezen.

Vol goede moed gaan we van start. De zon schijnt volop, ik voel me energiek. We zullen wel even laten zien uit welk hout we gesneden zijn. Appeltje-eitje.

Maar wat loopt het anders. De eindeloze soms hele saaie dagen, de haast onneembare bergen en de dalen vol met modder maken dat de camino een tocht vol beproevingen wordt. Mijn planning loopt geheel en al in de soep. Ik moet mij steeds meer overgeven aan de weg.

De ontmoetingen met elkaar en met andere wandelaars, de pauzes die we nodig blijken te hebben, de stilte en het toenemende gevoel van ruimte maken dat we toch steeds weer verder gaan.

Tijdens de 100 dagen die we onderweg zijn , veranderen we van ambitieuze wandelaars heel langzaam en ongemerkt in pelgrims.

Na aankomst in Santiago de Compostela, slaan we ons tentje op op de stadscamping van deze stad. In ons tentje bekijken we voor het eerst de muntjes die we bij ons vertrek van de priester in Le Puy hebben ontvangen. En pas op dat moment hoor ik de woorden van de priester: 'Ga, en wordt pelgrim.'